ECLI:NL:HR:2009:BK0869

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/05269
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatie tegen bekrachtiging echtscheidingsbeschikking door hof

De man heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek tot echtscheiding ingediend, dat door de vrouw niet werd bestreden. De rechtbank sprak op 19 maart 2008 de echtscheiding uit en hield verdere beslissingen aan. De vrouw stelde hoger beroep in en verzocht het hof om de echtscheiding alsnog af te wijzen. Het hof bekrachtigde echter de beschikking van de rechtbank op 25 september 2008.

De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep heeft verworpen. De klachten van de vrouw konden geen cassatie leiden en er was geen aanleiding tot nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de uitspraak van het hof en liet de echtscheiding in stand. De beslissing werd genomen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2009.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking van het hof.

Uitspraak

11 december 2009
Eerste Kamer
08/05269
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. A.B. Baumgarten,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 7 februari 2007 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
De vrouw heeft het verzoek tot echtscheiding niet bestreden en tevens een zelfstandig verzoek, met nevenvoorzieningen, ingediend.
De rechtbank heeft bij beschikking van 19 maart 2008 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en iedere verdere beslissing aangehouden.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De vrouw heeft verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en het verzoek tot echtscheiding alsnog af te wijzen. De man heeft verweer gevoerd.
Bij beschikking van 25 september 2008 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweer gevoerd.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 december 2009.