ECLI:NL:HR:2009:BK1602
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gefixeerde schadeloosstelling voor tussengekomen huurder bij onteigening zonder aftrek voortgezet gebruik
In deze zaak stond de hoogte van de schadeloosstelling centraal die toekomt aan een tussengekomen huurder van een gedeelte van een onteigende onroerende zaak langs de Rijksweg A4. De huurder exploiteerde reclameborden op het gehuurde en had een huurcontract voor tien jaar. Na vervroegde onteigening werd door de rechtbank een schadeloosstelling vastgesteld waarbij een aftrek werd toegepast wegens het voortgezet gebruik van het gehuurde door de huurder.
De Hoge Raad oordeelde dat deze aftrek niet verenigbaar is met de gefixeerde schadeloosstelling zoals bedoeld in art. 42 lid 2 van Pro de Onteigeningswet. De wetgever heeft met deze bepaling beoogd de schadeloosstelling op een gemakkelijk te bepalen bedrag te fixeren, juist om moeilijkheden bij de schadebegroting te voorkomen. Het feit dat de huurder het gehuurde voortgezet mocht gebruiken tot een bepaalde datum, mag niet leiden tot een korting op de vastgestelde schadeloosstelling.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover daarin de schadeloosstelling werd verminderd wegens het voortgezet gebruik en stelde de schadeloosstelling opnieuw vast op het oorspronkelijke bedrag van € 730.314,--. Tevens werd de Staat veroordeeld tot betaling van dit bedrag met rente en kosten. Hiermee werd de rechtszekerheid en het vaste karakter van de schadeloosstelling volgens art. 42 lid 2 Onteigeningswet Pro bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt de schadeloosstelling voor de huurder vast op € 730.314,-- zonder aftrek wegens voortgezet gebruik en veroordeelt de Staat tot betaling met rente.