ECLI:NL:HR:2009:BK3062

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/05204
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139a ABWArt. 80, lid 1 WWBArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep tegen intrekking bijstandsuitkering volgens Algemene bijstandswet en Wet werk en bijstand

Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstandsuitkering van belanghebbende met ingang van 1 januari 2002 in. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze bevestigde het eerdere oordeel.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen die zich richtten tegen bewijsrechtelijke oordelen van de Centrale Raad niet ontvankelijk waren, omdat cassatie tegen dergelijke oordelen niet openstaat op grond van artikel 139a ABW en artikel 80 WWB Pro.

De overige middelen faalden eveneens zonder nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie daarom ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.

Uitspraak

Nr. 08/05204
13 november 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 oktober 2008, nr. 07/6535 WWB, betreffende een besluit ingevolge de Wet werk en bijstand (hierna: de WWB).
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij besluit van 3 januari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: het College) de aan belanghebbende toegekende bijstandsuitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (hiena: ABW) en de WWB met ingang van 1 januari 2002 ingetrokken.
Het College heeft het tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
De Rechtbank te Amsterdam (nr. AWB 07/2301 WWB) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad.
De Centrale Raad heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van de Centrale Raad is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de middelen
3.1. De middelen falen voor zover zij zich richten tegen oordelen van de Centrale Raad over de rechtmatigheid van de bewijsgaring, de verdeling van de bewijslast en de mate waarin belanghebbende gelegenheid heeft gekregen bewijs te leveren. De middelen klagen in zoverre namelijk niet over schending of verkeerde toepassing van bepalingen genoemd in artikel 139a, lid 1, van de ABW en - thans - artikel 80, lid 1, van de WWB, waartegen beroep in cassatie openstaat.
3.2. De middelen falen ook voor het overige. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2009.