ECLI:NL:HR:2010:BG5390
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Geen infiltratieaftrek zonder vergunning voor infiltratie bij grondwaterbelasting
Belanghebbende, een drinkwaterbedrijf, maakte aanspraak op een vermindering van grondwaterbelasting (infiltratieaftrek) voor water dat zij infiltreerde in de bodem na gebruik bij pompstations. Het Hof Amsterdam oordeelde dat infiltratieaftrek alleen kan worden toegekend indien de infiltratie is voorzien in een vergunning voor het onttrekken van grondwater of in een aparte vergunning voor infiltratie.
Het Hof stelde ook dat de aanvraag van een vergunning slechts dan deel uitmaakt van de vergunning als in het dictum naar die aanvraag wordt verwezen en dat bij vergunningen onder de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven geen fictieve toestemming voor infiltratie kan worden aangenomen als daarin geen bepalingen over infiltratie zijn opgenomen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof buiten de rechtsstrijd trad door te veronderstellen dat belanghebbende niet voldeed aan de wettelijke bemeting- en administratievoorschriften, terwijl de inspecteur zich niet op deze gronden had beroepen. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De Hoge Raad bevestigde dat infiltratieaftrek alleen kan worden toegekend indien de infiltratie is toegestaan in een vergunning en dat gedogen niet volstaat. Tevens werd de Minister van Financiën veroordeeld in de proceskosten en werd belanghebbende het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en het arrest van het Hof wordt vernietigd met verwijzing naar het Hof te 's-Hertogenbosch.