ECLI:NL:HR:2010:BH9188

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13025
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.92, lid 1, Wet IB 2001
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat inkomsten uit terbeschikkingstelling van huwelijksgoederen aan één echtgenoot toekomen

In deze zaak heeft belanghebbende voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd gekregen. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur, maar belanghebbende ging in beroep bij de Rechtbank Haarlem. De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag.

De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep behandeld en overwogen dat het resultaat uit terbeschikkingstelling van tot de huwelijksgemeenschap behorende goederen slechts wordt genoten door de bestuursbevoegde echtgenoot. Het middel van de Staatssecretaris faalde op grond van een eerder arrest (nummer 08/03923) dat aan dit arrest was gehecht.

De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en legde geen proceskosten op. Het arrest werd op 15 januari 2010 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren, waarbij tevens een griffierecht werd geheven van €447.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Nr. 07/13025
15 januari 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van de Rechtbank te Haarlem van 27 september 2007, nr. AWB 06/10632, betreffende een aan X te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is voor het jaar 2003 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank.
De Rechtbank heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 10 maart 2009 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
3. Beoordeling van het middel
Het middel faalt op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 08/03923 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, A.R. Leemreis en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2010.
Van de Staat wordt ter zake van het door de Staatssecretaris van Financiën ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 447.