ECLI:NL:GHARN:2010:BO3715
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.F.A. van Huijgevoort
- J. Lamens
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Geldverstrekkingen aan vennootschap onder firma kwalificeren als leningen en ongebruikelijke terbeschikkingstellingen
Erflater en zijn echtgenote verstrekten in 2001 twee geldleningen aan de vennootschap onder firma (VOF) waarin hun zoon vennoot was. De leningen waren achtergesteld ten opzichte van een bankkrediet en voorzien van rente, maar zonder concreet aflossingsschema of volwaardige zekerheden. De Inspecteur kwalificeerde de verstrekkingen als schenkingen, terwijl belanghebbende stelde dat het leningen betrof.
De rechtbank oordeelde eerder dat de geldverstrekkingen leningen waren en verlaagde de aanslag inkomstenbelasting aanzienlijk. De Inspecteur ging in hoger beroep, maar het hof bevestigde dat de geldverstrekkingen leningen zijn en bovendien ongebruikelijke terbeschikkingstellingen in de zin van artikel 3.91 Wet IB 2001. Dit betekent dat de verliezen uit deze leningen in aanmerking kunnen worden genomen bij de belastingheffing.
Het hof verwierp het standpunt van de Inspecteur dat slechts de helft van de verstrekkingen aan de zoon toerekenbaar zou zijn, en oordeelde dat het volledige verlies aan belanghebbende toekomt. De aanslag werd verminderd tot nihil en de heffingsrente dienovereenkomstig aangepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot nihil omdat de geldverstrekkingen als leningen en ongebruikelijke terbeschikkingstellingen worden aangemerkt.