ECLI:NL:HR:2010:BI5091
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Uitleg toepassing artikel 13ca Wet Vpb bij verbreking fiscale eenheid en waardering deelneming
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, had een deelneming in E Inc. afgewaardeerd in haar vennootschapsbelastingaangifte 2001. In 2003 werd de fiscale eenheid verbroken door overdracht van aandelen binnen de groep, waarna de Inspecteur het afwaarderingsverlies terugnam als zijnde een vervreemding volgens artikel 13ca lid 4 Wet Vpb.
De Rechtbank oordeelde dat ook het verdwijnen van een deelneming uit het vermogen van de moedermaatschappij door het verbreken van de fiscale eenheid als vervreemding kan worden aangemerkt. De Hoge Raad verwierp dit en stelde dat een overdracht binnen de fiscale eenheid geen vervreemding is, omdat de deelneming niet overgaat aan een derde.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat het verbreken van de fiscale eenheid leidt tot een daling van de deelneming onder een vierde van het nominaal gestorte kapitaal, waardoor het afwaarderingsverlies volgens de tweede volzin van artikel 13ca lid 4 Wet Vpb tot de winst moet worden gerekend.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de terugneming van het afwaarderingsverlies op grond van de daling van de deelneming, niet op grond van vervreemding.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; het afwaarderingsverlies moet worden teruggenomen wegens daling deelneming onder een vierde van het kapitaal, niet wegens vervreemding.