ECLI:NL:HR:2010:BI9790
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanvang terbeschikkingstellingsregeling bij gezamenlijke aankoop onroerende zaak voor gebruik gelieerde vennootschap
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote middellijk enig aandeelhouder van een BV, kocht een pand aan dat speciaal werd verbouwd voor verhuur aan een gelieerde vennootschap (vof). De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op die na bezwaar en beroep door rechtbank en hof werd verminderd en vernietigd. De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De kern van het geschil betrof de vraag of de terbeschikkingstellingsregeling van artikel 3.92 Wet IB 2001 al aanving bij de aankoop van het pand, dan wel pas bij feitelijke terbeschikkingstelling. De Hoge Raad oordeelde dat bij gezamenlijke aankoop met de bedoeling het pand aan een gelieerde vennootschap ter beschikking te stellen, de regeling aanvangt op het moment van aankoop, ook als dit niet in een overeenkomst is vastgelegd, mits er voorafgaande afstemming is geweest zoals bij niet-gelieerde partijen.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat overige onroerende zaken die met dezelfde bedoeling zijn aangekocht op de werkzaamheidsbalans moeten worden geactiveerd tegen kostprijs inclusief kosten koper. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.