ECLI:NL:HR:2010:BJ3573
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wederrechtelijk verblijf in prostitutiezaken en strafvermindering wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch over het strafbare feit van het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het wederrechtelijk verblijf van vrouwen in Nederland die tegen betaling in seksclubs werkten.
De Hoge Raad herhaalt de uitleg van het begrip 'wederrechtelijk verblijf' zoals bedoeld in art. 197a Sr, waarbij het verblijf zonder rechtsgeldige titel wordt beschouwd als wederrechtelijk. De betrokken vrouwen konden niet aantonen dat zij voor een periode van maximaal drie maanden voor arbeid in Nederland waren, waardoor hun verblijf als wederrechtelijk werd aangemerkt.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn en vermindert de taakstraf en vervangende hechtenis. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Veroordeling bevestigd met vermindering van taakstraf en vervangende hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn.