ECLI:NL:HR:2010:BJ8475
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing belastingverdrag Nederland-Zweden op transfervergoeding sporter
Belanghebbende, een voormalig inwoner van Zweden en professioneel voetballer, ontving in 2002 een transfervergoeding van zijn voormalige Zweedse club. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat belanghebbende deze vergoeding niet had aangegeven in zijn Nederlandse belastingaangifte. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag, maar het Hof stelde de aanslag weer vast met toepassing van het belastingverdrag Nederland-Zweden.
In cassatie betwistte belanghebbende dat de transfervergoeding in Nederland belastbaar was, omdat deze betrekking had op werkzaamheden in Zweden. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 17 van Pro het verdrag inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden als sporter in het werkland belast, en dat Nederland als woonland vermindering ter voorkoming van dubbele belasting moet toepassen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de navordering rechtmatig was, omdat de Inspecteur tijdig en met voldoende scherpte had aangegeven dat de primitieve aanslag een misslag bevatte, waardoor navordering mogelijk was. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en bevestigde de juiste toepassing van het belastingverdrag en de navorderingsregels.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd met toepassing van het belastingverdrag Nederland-Zweden.