ECLI:NL:HR:2010:BJ8641
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid OM wegens weigering oproeping CIE-informant
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het Openbaar Ministerie (OM) terecht niet-ontvankelijk werd verklaard door het hof, omdat het weigerde gehoor te geven aan het bevel van het hof om een CIE-informant als getuige op te roepen. De verdediging had verzocht deze informant te horen, omdat deze mogelijk informatie had over de betrokkenheid van de verdachte bij een ernstige wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het hof wees het verzoek van de Advocaat-Generaal om in plaats daarvan de CIE-chef te horen af en besloot de informant te horen onder beschermde condities.
Het OM weigerde echter de informant op te roepen uit vrees voor onthulling van diens identiteit. Het hof verklaarde daarop het OM niet-ontvankelijk in de vervolging voor de feiten die samenhingen met de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de daaraan gerelateerde afpersing. In cassatie werd betoogd dat de informant geen getuige in de zin van de wet was en dat het hof onterecht had geoordeeld dat de informant moest worden gehoord.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gehuldigd en dat de beslissing tot niet-ontvankelijkheid niet onbegrijpelijk was. De klachten over het horen van de informant en het afwijzen van het verzoek om de CIE-chef te horen faalden. De Hoge Raad verwierp derhalve de cassatieberoepen van zowel het OM als de verdachte en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens weigering de CIE-informant op te roepen.