ECLI:NL:HR:2010:BK2007
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van arbiters inzake verstrekking aantekeningen secretaris tijdens arbitrale zitting
In deze zaak stond de vraag centraal of procespartijen aanspraak kunnen maken op de aantekeningen die de secretaris van een scheidsgerecht tijdens een arbitrale zitting heeft gemaakt. De procedure betrof een geschil tussen een opdrachtgever en onderaannemer over werkzaamheden bij een petrochemische installatie.
De arbiters hadden een hoorzitting gehouden waarbij de secretaris aantekeningen maakte, maar geen schriftelijk verslag werd opgesteld. De verweerder vorderde in kort geding afgifte van deze aantekeningen, wat door de voorzieningenrechter werd geweigerd. Het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde de eiser tot afgifte van een afschrift van de aantekeningen, onder toezicht van een onafhankelijke derde.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter. De Hoge Raad stelde dat arbiters beleidsvrijheid hebben om te bepalen of en hoe zij verslag uitbrengen van mondelinge behandelingen en dat art. 843a Rv. niet van toepassing is op persoonlijke aantekeningen van de secretaris. Alleen beslissingen of afspraken die tijdens de zitting zijn genomen, moeten op verzoek worden vastgelegd. De inschakeling van een onafhankelijke derde en het uitgangspunt dat partijen recht hebben op afgifte van deze aantekeningen berusten niet op goede grond.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat arbiters niet verplicht zijn aantekeningen van de secretaris van een arbitrale zitting aan partijen te verstrekken en vernietigt het arrest van het hof.