ECLI:NL:HR:2010:BK3489
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 5 januari 2010 uitspraak gedaan over het beroep in cassatie van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 30 november 2007.
De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd in een penitentiaire inrichting. Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte, die zich beriep op overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.
De Hoge Raad oordeelde dat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, mede doordat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef.
Hierdoor werd de opgelegde gevangenisstraf van twintig jaar verminderd tot negentien jaar en zes maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen en er waren geen andere gronden voor vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negentien jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.