Conclusie
1.Inleiding
2.Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen
verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] :
het hof begrijpt aangeefster [slachtoffer 2] )en ik waren uit geweest op de [b-straat] in [plaats] . Wij zijn lopend teruggegaan naar huis. In het begin van de [a-straat] , gezien vanuit het centrum van [plaats] , kwamen wij die man tegen. Ik kan mij nog herinneren dat hij langs ons heen liep en dat hij wat zei. Ik weet niet wat hij zei. Wat ik nog denk te weten is dat wij daar niet op hebben gereageerd. Of ik heb gezegd "van doe eens normaal", want hij zei iets heel raars. Die man liep volgens mij aan dezelfde kant als waar [slachtoffer 2] en ik liepen. Wij liepen aan de rechterkant van de straat. Wij liepen volgens mij op de stoep. Die man schopte mij vervolgens tegen mijn linker bovenbeen. Ik weet niet hoe die man mij vervolgens heeft gestoken. In mijn hoofd liep die man eerst een stukje door, voordat hij terug kwam lopen, naar ons toe. Toen werd hij heel boos, hij schopte mij. Ik weet niet meer hoe ik daar op heb gereageerd en opeens lag ik op de grond. Ik zag toen allemaal bloed bij mijn arm. Ik weet nog wel dat hij zoiets zei van: "ik steekje”. Of hij zei: "ik kan jullie steken”, zoiets zei hij. Ik weet dat het geen Nederlander was. Hij had in ieder geval donker haar. Die man was volgens mij iets groter dan dat ik ben. Ik ben 1.73 meter. Volgens mij was hij een beetje gezet.
relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
het hof begrijpt aangeefster [slachtoffer 2]) mij vertelde dat de dader een jongen was van Turkse of Marokkaanse afkomst van ongeveer 35 jaar oud. Hij zou bruin haar hebben en een bruine jas aan hebben. Ik hoorde dat getuige [slachtoffer 2] vertelde dat ze samen naar huis liepen en dat de verdachte haar vriendin ineens voor "hoer" had uitgemaakt en meteen hierop had neergestoken.
verklaring van getuige/aangeefster [slachtoffer 2] :
het hof begrijpt aangeefster [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) zijn de weg overgestoken richting de [a-straat] . Vanuit de [a-straat] kwam er een man op ons aflopen. Hij liep aan de rechterkant van de straat, deels op de rijbaan volgens mij. Wij liepen ook aan de rechterkant van de straat. Toen de man op ons af kwam lopen, zag ik dat hij iets in zijn rechterhand had. Ik kon niet zien wat dat was. Ik hoorde dat de man in zichzelf aan het praten was. Hij kwam op mij opgefokt over door zijn houding en manier van praten. De man passeerde ons aan de linkerkant. Ik hoorde dat de man, toen hij ons gepasseerd was dingen zei tegen ons die best wel beledigend waren. Hij zei iets van "stelletje hoeren”. Ik denk dat hij op dat moment ongeveer 6 meter bij ons vandaan was. [slachtoffer 1] en ik draaiden ons om waarop we zeiden: “wat huh"? Ik zag dat die man zich omdraaide en in versnelde pas op ons af kwam lopen. Toen hij tegenover [slachtoffer 1] stond riep hij iets in de trant van “ik steek jullie neer”. Voor ik het wist had [slachtoffer 1] haar linkerschouder open liggen. Dit ging heel snel. Ik heb ook geen mes of iets dergelijks gezien. De man rende vervolgens weg. Ik zag dat [slachtoffer 1] naar haar linkerschouder greep. Ik zag dat er bloed over haar hand liep. Ik heb toen direct 112 gebeld, Ik heb om 03.30 uur naar het alarmnummer 112 gebeld.
relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
het hof begrijpt 03:25 (03:30 minus 5 minuten)) Een persoon loopt boven het beeld in, deze persoon komt uit de richting van [c-straat] en loopt langs de camera in de richting van de [a-straat] . De persoon lijkt een donkere broek en donkere schoenen te dragen met daarboven een lichtkleurige jas.
relaas van verbalisant [verbalisant 3] :
relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
het hof begrijpt: 03:31:08): Links komt een manspersoon in beeld over het trottoir aan de overkant van [B] . Hij komt vanuit de richting van de [d-straat] te [plaats] .
het hof begrijpt 03:31:14): De manspersoon steekt met ferme pas de straat over in de richting van de [g-straat] . Hij zwaait opvallend met zijn linker arm; zijn rechterarm houdt hij nagenoeg stil of heeft hij in zijn jaszak;
[betrokkene 1](een nichtje van de verdachte):
het hof begrijpt: verdachte [verdachte]) hebt herkend op de camerabeelden die werden getoond op Opsporing Verzocht. Hoe ging dat? Antwoord: Mijn zus herkende hem op de beelden, ze belde mij en vertelde dat het om [verdachte] ging. Ik geloofde het in eerste instantie niet en wist niet wat mij overkwam, maar kwam bij het bekijken van de beelden meteen tot de conclusie dat het om [verdachte] ging. Ik liet de beelden ook aan mijn broertje zien. Hij herkende hem ook meteen. De beelden die getoond werden, waren van slechte kwaliteit, maar desondanks herkende ik [verdachte] meteen. Ik herkende hem aan zijn loopje, zijn petje, postuur en voor 80% aan zijn tas. Een dusdanige tas heb ik wel vaker bij hem gezien. Ik heb tot nu toe nog niemand anders gezien met hetzelfde loopje in [plaats] . Ik vind het lastig het loopje te omschrijven. Hij heeft echt een heel uniek loopje. Het is gewoon hem, helaas.
relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :
het hof begrijpt: [betrokkene 2] , de zus van de verdachte), [betrokkene 3] (
het hof begrijpt: [betrokkene 3] , het neefje van de verdachte) en [betrokkene 4] (
het hof begrijpt: [betrokkene 4] , het nichtje van de verdachte) camerabeelden zien, die zijn opgenomen door de camera van [B] te [plaats] . Wij hoorden dat [betrokkene 4] bij het zien van de beelden meteen aangaf dat het om haar oom [verdachte] ging. Desgevraagd gaf ze aan dat ze het moeilijk vindt uit te leggen waar ze het aan ziet. Volgens [betrokkene 4] droeg haar oom altijd een petje, had hij altijd een tas bij zich en herkende ze hem aan zijn postuur en loopje. Ze gaf aan dat hij een beetje waggelde.
relaas van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] :
het hof begrijpt: [betrokkene 5]) de beelden van de uitzending Opsporing Verzocht op onze diensttelefoon getoond. Na het zien van de beelden door [betrokkene 5] hoorden wij haar zeggen dat zij de persoon op de beelden voor 100% herkende aan zijn speciale loopje. Tevens vertelde [betrokkene 5] ons dat dit de persoon is die in 2015 een toegangsverbod heeft gekregen voor de [H] . Het formulier, toegangsverbod [H] waarop zij het toegangsverbod beschrijven met een foto van de persoon die het betreft, hadden wij reeds gekregen van de Manager [betrokkene 6] . Dit formulier hebben wij, verbalisanten, aan [betrokkene 5] getoond. Hierop hoorden wij haar zeggen dat dit voor 100% de persoon is van de beelden van Opsporing Verzocht. Wij, verbalisanten, toonde [betrokkene 5] een foto van de persoon die wij verkregen hadden uit de door ons beschikbare politiesysteem SKDB. Na het zien van deze foto hoorden wij [betrokkene 5] zeggen dat het voor 100% dezelfde persoon is als de persoon op de foto van het toegangsverbod van de [H] . Wij, verbalisanten, vroegen [betrokkene 5] of zij de naam wist van deze persoon. Hierop vertelde [betrokkene 5] dat de persoon op de foto [verdachte] heet.
verklaring van getuige [betrokkene 7] :
verklaring van getuige [betrokkene 8] :
het hof begrijpt: de uitzending van Opsporing Verzocht van 5 februari 2019) zag dacht ik gelijk de man te herkennen. Ik ken hem als [verdachte] . Ik herkende hem door zijn postuur, zijn loopje en zijn tasje. Ik ken hem uit het centrum van [plaats] . Ik ken hem nu al een aantal jaren. Hij ging met iemand om die ik ook kende. Zo kwamen wij met elkaar in contact.
relaas van verbalisant [verbalisant 9] :
het hof begrijpt: [betrokkene 9]) zei dat hij de aflevering van 5 februari 2019 van Opsporing Verzocht had gekeken en dat hij daar graag even over wilde praten. [betrokkene 9] zei dat hij het onderwerp "Steekpartij op de [a-straat] te [plaats] " nauwlettend had gevolgd. Hierbij waren beelden vertoond waarop de verdachte te zien was geweest. [betrokkene 9] zei dat er een schok door hem heen was gegaan toen hij de verdachte had zien lopen. Ik hoorde dat [betrokkene 9] zei: "De man herken ik voor de volle 100 procent. Het is [verdachte] . Hoe zijn achternaam is weet ik niet, maar hij woont op de [j-straat] bij zijn ouders. Het meest kenmerkende aan hem is zijn belachelijke loopje. Ik heb me altijd aan dat loopje gestoord en dat hij wist dat de man vrijwel altijd een tasje bij zich had. Ook wist [betrokkene 9] te vertellen dat [verdachte] altijd aan het lopen is, ook in de nacht. Hij had hem in de nachtelijke uren meerdere keren gezien in de omgeving van de [a-straat] en de [k-straat] omdat [verdachte] een hoerenloper was.
verklaring van getuige [betrokkene 9] :
het hof begrijpt: de uitzending van Opsporing Verzocht van 5 februari 2019) gekeken. Ik herkende [verdachte] (
het hof begrijpt: verdachte [verdachte]) gelijk op de beelden. Aan het loopje en zijn postuur. Voor 100 procent was ik er zeker van dat het [verdachte] was. Ik ben in 2001 bij Buurthuis [G] komen werken. [verdachte] kwam daarbij het buurthuis koffie drinken. Ik was daar sociaal cultureel werker. Ik zag hem heel vaak op de [a-straat] lopen. Hij droeg altijd een schoudertas. Ik zag hem heel vaak. Een paar weken voor 29 juni 2018 heb ik hem voor het laatst gezien.
verklaring van getuige [betrokkene 10] :
het hof begrijpt: de als bijlage bij het verhoor[…]
gevoegde foto van verdachte [verdachte]). Wat kun jij over deze man vertellen?
[verdachte] ;
[betrokkene 11] , forensisch arts[…] voor zover inhoudende:
[betrokkene 12] , arts maatschappij en gezondheid, forensisch arts KNMGvoor zover inhoudende:
3.Het eerste middel
tot standlijken te zijn gekomen op grond van voorinformatie, niet voor het bewijs zal bezigen. Kennelijk heeft het hof ten aanzien van de verklaringen van de getuigen [betrokkene 1] , [betrokkene 3] , [betrokkene 2] en [betrokkene 8] geoordeeld dat dit beletsel bij deze verklaringen niet speelde.