ECLI:NL:HR:2010:BK5616
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevel tot behandeling getuige achter gesloten deuren ter voorkoming ordeverstoring
In deze strafzaak stond centraal de vraag of het gerechtshof terecht had besloten een getuige achter gesloten deuren te horen. Tijdens het verhoor van een eerdere getuige waren er ordeverstoringen door personen op de publieke tribune, wat aanleiding gaf tot het bevel tot sluiting van de deuren bij het aansluitende verhoor van een andere getuige. De verdachte verzette zich tegen deze besloten behandeling.
Het hof motiveerde het bevel met het belang van de openbare orde en verwees naar de eerdere ordeverstoringen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen verdere motivering hoefde te geven over het oordeel dat minder verstrekkende maatregelen onvoldoende waren om ordeverstoring te voorkomen. Ook was het hof niet verplicht om na het verhoor van de getuige de inhoud van diens verklaring mede te delen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. De procedure vond plaats conform artikel 269 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dat de voorwaarden en motiveringsplicht voor het bevel tot behandeling achter gesloten deuren regelt. Het arrest benadrukt de discretionaire bevoegdheid van het hof bij het handhaven van de orde tijdens de terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen; het bevel tot behandeling van de getuige achter gesloten deuren blijft gehandhaafd.