ECLI:NL:HR:2010:BK5757

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01520
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tegen gemeente Leiden inzake behoud Vrijplaats Koppenhinksteeg

Koppenhinksteeg c.s. vorderden in kort geding dat de gemeente Leiden het besluit tot stopzetting van het formaliseringsproces voor behoud van de Vrijplaats Koppenhinksteeg zou terugnemen en het overleg met Ons Doel zou hervatten. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af. Het gerechtshof bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep. Vervolgens stelden Koppenhinksteeg c.s. beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep.

Het arrest bevestigt daarmee de beslissingen van de lagere rechterlijke instanties en veroordeelt Koppenhinksteeg c.s. in de kosten van het geding in cassatie. De zaak betreft het verbintenissenrecht en de bevoegdheid van de gemeente om besluiten te nemen omtrent het behoud van een culturele vrijplaats.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Koppenhinksteeg c.s. wordt verworpen en hun vorderingen tegen de gemeente Leiden afgewezen.

Uitspraak

29 januari 2010
Eerste Kamer
09/01520
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. DE STICHTING VRIJPLAATS KOPPENHINKSTEEG,
2. DE STICHTING ONTMOETINGSRUIMTE DE LINKSE KERK,
3. DE VERENIGING CULTUREEL CENTRUM BAR EN BOOS,
alle gevestigd te Leiden,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
t e g e n
DE GEMEENTE LEIDEN,
zetelende te Leiden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Koppenhinksteeg c.s. en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Koppenhinksteeg c.s. hebben bij exploot van 21 juli 2008 de Gemeente in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, de Gemeente te gelasten het College van Burgemeester en Wethouders het besluit (a) van 13 juli 2008 tot stopzetting van het formaliseringsproces tot behoud van Vrijplaats Koppenhinksteeg op de bestaande locatie te doen terugnemen, (b) ten aanzien van Vereniging Cultureel Centrum Bar en Boos tot afwijzing van het door de vereniging ingediende bedrijfsplan te doen terugnemen, dan wel de gemeente te gelasten het College van Burgemeester en Wethouders op te dragen dit besluit niet uit te voeren. Voorts vorderen Koppenhinksteeg c.s. de Gemeente te gebieden binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis het overleg met Ons Doel te hervatten teneinde de formalisering en het behoud van de Vrijplaats op de bestaande locatie verder uit te werken en daarmee voortvarend te werk te gaan, althans binnen een door de voorzieningenrechter vast te stellen termijn en wijze, en de Gemeente te veroordelen om Koppenhinksteeg c.s. maandelijks schriftelijk te informeren over de voortgang van voornoemde processen.
De Gemeente heeft de vorderingen bestreden.
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 4 augustus 2008 de vorderingen afgewezen.
Tegen het vonnis van de rechtbank hebben Koppenhinksteeg c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 10 februari 2009 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Koppenhinksteeg c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat. Koppenhinksteeg c.s. hebben afgezien van het geven van een toelichting.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van Koppenhinksteeg c.s. heeft bij brief van 18 december 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Koppenhinksteeg c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 januari 2010.