ECLI:NL:PHR:2010:BK5757
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen gemeente Leiden wegens ontbreken bindende toezeggingen
De zaak betreft een geschil tussen de stichting Koppenhinksteeg c.s. en de gemeente Leiden over de vraag of de gemeente gebonden is aan toezeggingen of opgewekt vertrouwen omtrent de legalisatie van het gebruik van gemeentelijk onroerend goed. Koppenhinksteeg c.s. vorderden in kort geding dat de gemeente zou worden verboden anders te handelen dan conform die toezeggingen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat er onvoldoende bewijs was voor onvoorwaardelijke en bindende toezeggingen van de gemeente. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de kwestie feitelijk van aard is en dat de beoordeling van de feiten door de lagere rechters gerespecteerd moet worden. Uitlatingen van de gemeente werden gezien als aankondigingen van voorgenomen beleid, geclausuleerd door nog openstaande problemen zoals financiering en omwonenden.
De Hoge Raad wijst de klachten van Koppenhinksteeg c.s. af en concludeert dat de gemeente niet gehouden is tot de gevorderde handelingen. De eiswijziging van Koppenhinksteeg c.s. wordt niet als deugdelijk aangemerkt en het geschil wordt niet anders beoordeeld. De vorderingen worden verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vorderingen af omdat geen bindende toezeggingen van de gemeente zijn vastgesteld.