ECLI:NL:HR:2010:BK8509
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, is overschreden doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan zestien maanden na het cassatieberoep plaatsvindt.
De overschrijding van de redelijke termijn leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden naar drie jaar en vier maanden. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwerpt het beroep voor het overige.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en betreft een belangrijke toepassing van het redelijke termijn-beginsel in de cassatiefase, met name in situaties waarin de verdachte in voorlopige hechtenis verkeert.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaar en vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.