ECLI:NL:HR:2010:BK8958

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03525
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 449 SvArt. 450 lid 1 sub b Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 9 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid hoger beroep bij ontbreken bijzondere schriftelijke volmacht

In deze strafzaak stelde de verdachte hoger beroep in tegen een verstekvonnis. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de gemachtigde niet beschikte over een bijzondere schriftelijke volmacht, zoals vereist volgens art. 450 lid 1 sub b Sv Pro.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had onderzocht of de griffier de comparant had geïnformeerd over het vereiste van een bijzondere schriftelijke volmacht. Bij het ontbreken van een dergelijke mededeling kan sprake zijn van ambtelijk verzuim dat niet aan de verdachte kan worden toegerekend, waardoor de verdachte ontvankelijk zou moeten worden verklaard.

De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het hof dit onderzoek alsnog moet verrichten. Dit arrest benadrukt het belang van een zorgvuldige procedurele toetsing bij de ontvankelijkheid van hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep.

Uitspraak

2 maart 2010
Strafkamer
nr. 08/03525
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 juli 2008, nummer 22/000461-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.M.L. Theelen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het tweede middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep.
2.2. De stukken van het geding houden, voor zover hier van belang, het volgende in:
(i) De akte rechtsmiddel:
"Op 14 januari 2008 kwam ter griffie van deze rechtbank [betrokkene 1], die - daartoe gemachtigd blijkens de aan deze akte gehechte volmacht - verklaarde namens
Naam: [achternaam verdachte]
Voornaam: [voornamen verdachte]
geboren: [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats]
wonende te: [woonplaats]
adres: [a-straat 1]
hoger beroep in te stellen tegen het eindvonnis d.d. 03 januari 2008 in de zaak met bovenvermeld parketnummer 10/911564-07 bij verstek gewezen tegen [verdachte] voornoemd."
(ii) De aan de akte rechtsmiddel gehechte volmacht:
"Hierbij verklaar ik, [verdachte], wonende [a-straat 1], [woonplaats], geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats], aan [betrokkene 1], kantoorhoudende [b-straat 1], [plaats] de bevoegdheid te hebben gegeven als gemachtigde op te treden in alle nu bekende en mogelijk nog volgende juridische en financiële procedures.
Getekend te [plaats] op 26 november 2007,
[verdachte]"
2.3. Het Hof heeft de bestreden beslissing als volgt gemotiveerd:
"Ontvankelijkheid van het hoger beroep
[Betrokkene 1] heeft als vertegenwoordiger van de verdachte met behulp van een schriftelijke algemene volmacht namens de verdachte bij de griffie van de rechtbank waar het vonnis in eerste aanleg is gewezen hoger beroep ingesteld van dat vonnis. Derhalve zal het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaring in het door hem ingestelde hoger beroep, nu het instellen van het hoger beroep niet heeft plaatsgevonden op de wijze als bedoeld in de artikelen 449 en 450 lid 1 sub b van het Wetboek van Strafvordering en de vaste rechtspraak daaromtrent, daar de vertegenwoordiger dit hoger beroep slechts in had mogen stellen indien zij daartoe persoonlijk door de verdachte bij bijzondere volmacht schriftelijk bepaaldelijk gevolmachtigd zou zijn geweest".
2.4. De bestreden beslissing is ontoereikend gemotiveerd. Het Hof had moeten doen blijken te hebben onderzocht of de griffier die de akte heeft opgemaakt de in die akte genoemde comparant mededeling heeft gedaan van het vereiste van een bijzondere schriftelijke volmacht. Bij gebreke van een zodanige mededeling zou immers de omstandigheid dat het beroep niet is ingesteld op de wijze als voorgeschreven in art. 450, eerste lid aanhef en onder b, Sv het gevolg kunnen zijn van een niet aan de verdachte toe te rekenen ambtelijk verzuim, in welk geval de verdachte ontvankelijk zou dienen te worden verklaard in zijn hoger beroep (vgl. HR 20 januari 2009, LJN BG5562, NJ 2009, 321).
2.5. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het eerste middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 2 maart 2010.