ECLI:NL:PHR:2011:BR2326
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking tot verlof ter beschikkingstelling in rechtshulpzaak wegens onjuiste toepassing art. 23 lid 5 Sv
In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam die op verzoek van de Chinese autoriteiten verlof verleende tot terbeschikkingstelling van inbeslaggenomen stukken van verdachte. De doorzoeking vond plaats in het kader van een Strafrechtelijk Financieel Onderzoek en de stukken werden onder meer overgedragen aan China op grond van een rechtshulpverzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het oproepen van de verdachte en andere belanghebbenden achterwege kon blijven op grond van art. 23 lid 5 Sv Pro, omdat zij de maatstaf onjuist heeft toegepast door te stellen dat het belang van het onderzoek ernstig geschaad kan worden in plaats van daadwerkelijk wordt geschaad. Daarnaast ontbrak een begrijpelijke en voldoende gemotiveerde onderbouwing van dit oordeel.
Ook is geoordeeld dat de Rechtbank onvoldoende heeft onderzocht of zich belemmeringen voordeden tegen het inwilligen van het rechtshulpverzoek en dat zij niet heeft voldaan aan de vereisten omtrent openbaarheid en kennisneming van stukken. De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling.