ECLI:NL:HR:2010:BL1634
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vervroegde onteigening en schadeloosstelling bij reconstructie Nieuwe Hoefweg N209
De Provincie Zuid-Holland heeft vervroegde onteigening gevorderd van meerdere perceelsgedeelten ten behoeve van de reconstructie van de Nieuwe Hoefweg N209. De rechtbank Rotterdam heeft de onteigening uitgesproken en de schadeloosstelling vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met het nog in procedure zijnde bestemmingsplan "Nieuwe Hoefweg (N209)" dat voorziet in een verkeersbestemming voor de onteigende gronden.
[Eiser] c.s. stelden dat de waardevermindering veroorzaakt door het bestemmingsplan dat nog niet in werking was getreden, buiten beschouwing moest blijven op grond van de Onteigeningswet en de jurisprudentie van de Hoge Raad (Staat/Matser en Staat/Markus). De rechtbank verwierp dit standpunt en hield rekening met de toekomstige verkeersbestemming bij de waardering.
De Hoge Raad verklaarde het beroep tegen het tussenvonnis niet-ontvankelijk, vernietigde het eindvonnis en verwees de zaak terug naar het gerechtshof. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had gehanteerd door niet te onderzoeken of het bestemmingsplan slechts de juridisch-planologische onderbouwing was van een al bestaand concreet plan voor de reconstructie, waardoor de waardevermindering buiten beschouwing had moeten blijven.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat de rechtbank terecht geen vergoeding voor waardevermindering van het overblijvende had toegekend en dat de vergoeding voor rechtskundige bijstand correct was vastgesteld. De zaak wordt nu verder behandeld door het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep tegen het tussenvonnis is niet-ontvankelijk verklaard, het eindvonnis vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof.