ECLI:NL:HR:2010:BL1706
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep OM tegen verlof tot tenuitvoerlegging lijfsdwang
In deze zaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie (OM) in cassatieberoep kan worden ontvangen tegen een beschikking waarin verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang is verleend. De vordering tot het verlenen van dit verlof is geregeld in artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Volgens artikel 446 Sv Pro is cassatieberoep door het OM tegen beschikkingen slechts mogelijk indien de vordering niet is toegewezen.
De Hoge Raad heeft onderzocht of de duur van de lijfsdwang ook onder de vordering valt, wat zou betekenen dat het OM ook tegen die duur in cassatie zou kunnen gaan. Uit de tekst en de wetsgeschiedenis van artikel 577c Sv blijkt echter dat de duur van de lijfsdwang niet onderdeel is van de vordering waarop het OM beroep kan instellen. Hierdoor is het OM niet ontvankelijk in cassatie tegen de beslissing over de duur.
De Hoge Raad benadrukt dat een ruimere interpretatie van artikel 577c Sv niet gerechtvaardigd is, mede omdat de veroordeelde zelf geen beroep kan instellen tegen de duur van de lijfsdwang. Het zou ongelijkheid creëren als het OM wel die mogelijkheid zou krijgen. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep van het OM niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van het openbaar ministerie niet-ontvankelijk.