ECLI:NL:HR:2010:BL2279
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verbintenissenrechtelijke verdeling opbrengst executie en renvooiprocedure
In deze zaak stond de verdeling van de opbrengst van een executie centraal, waarbij de vraag speelde of er sprake was van een agentuur- dan wel bemiddelingsovereenkomst. De procedure betrof een renvooiprocedure en werd behandeld door de rechtbank Almelo en het gerechtshof Arnhem, waarvan het arrest in cassatie werd voorgelegd aan de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het gerechtshof, en concludeert dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Daarbij is overwogen dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de eisers in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het arrest van het gerechtshof bevestigd en blijft de verdeling van de opbrengst van de executie zoals vastgesteld in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.