ECLI:NL:HR:2010:BL3290

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04421
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 248 lid 1 BWArt. 130 lid 1 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt strikte regels eiswijziging in hoger beroep bij aansprakelijkheid bestuurder failliete B.V.

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een bestuurder van een failliete B.V. jegens de curator centraal, waarbij het ging om de toepassing van artikel 248 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De eiser had in hoger beroep een nieuwe grief aangevoerd tijdens het pleidooi, wat neerkwam op een eiswijziging. Dit was in strijd met de strikte regel dat een eiswijziging schriftelijk moet worden gedaan en uiterlijk bij de memorie van grieven of antwoord.

De rechtbank Utrecht en het gerechtshof Amsterdam hadden eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het standpunt van de eiser verwierp. Tegen dit arrest stelde de eiser cassatieberoep in. De curator was niet verschenen in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de Hoge Raad het beroep ook daadwerkelijk verwierp.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de eiser niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarmee bevestigde de Hoge Raad de strikte toepassing van de eiswijzigingsregels in hoger beroep en de aansprakelijkheid van de bestuurder volgens de eerdere instanties.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

9 april 2010
Eerste Kamer
08/04421
EE/TT
Hoge Raad der NederlandenArrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats], Portugal,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
mr. Johannes JONK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,
wonende te Leiden,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 196032/HA ZA 05-1197 van de rechtbank Utrecht van 3 januari 2007,
b. het arrest in de zaak 104.003.795 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 april 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de curator is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 19 februari 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 april 2010.