ECLI:NL:HR:2010:BL3865

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01748
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in geschil over uitleg nadere overeenkomst

In deze zaak stond de uitleg van een nadere overeenkomst centraal tussen eiseres en Ruukki Welbond B.V. De procedure begon bij de rechtbank Arnhem, waar meerdere vonnissen zijn gewezen, gevolgd door een arrest van het gerechtshof Arnhem. Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld aan de hand van de klachten die eiseres had aangevoerd. Deze klachten konden echter niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep, waarop eiseres heeft gereageerd.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en eiseres veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt het arrest van het gerechtshof Arnhem en maakt een einde aan het geschil over de uitleg van de nadere overeenkomst tussen partijen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

9 april 2010
Eerste Kamer
08/01748
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
RUUKKI WELBOND B.V.,
gevestigd te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. D. Vlasblom, thans mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Ruukki Welbond.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 122347/HA ZA 05-66 van
de rechtbank Arnhem van 30 maart 2005, 12 oktober 2005 en 27 september 2006,
b. het arrest in de zaak 07/191 van het gerechtshof te Arnhem van 18 december 2007.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Ruukki Welbond heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaten. Voor Ruuki Welbond is de zaak toegelicht door mr. D. Vlasblom, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 26 februari 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ruukki Welbond begroot op € 6.052,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 april 2010.