ECLI:NL:HR:2010:BL6663
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens niet-beslissing op ne bis in idem-verweer en verwijst zaak terug
De verdachte werd onder meer ten laste gelegd dat hij tussen 1997 en 2003 deelnam aan een criminele organisatie die zich bezighield met het vervaardigen, vervoeren en verkopen van middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet, en dat hij in november 2003 voorbereidingshandelingen verrichtte met betrekking tot PMK, een grondstof voor de productie van MDMA.
De verdediging voerde een beroep op ne bis in idem aan, stellende dat de verdachte reeds onherroepelijk was veroordeeld voor feiten die overlappen met de tenlastelegging onder feit 3 en deels ook feit 1. Het hof had niet gemotiveerd beslist op dit verweer, terwijl art. 358, derde en vijfde lid Sv dit vereist.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep op ne bis in idem terecht was ingediend en dat het hof had moeten beslissen op dit verweer. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het betrekking had op het onder 1 tenlastegelegde feit en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
De Hoge Raad bevestigde dat de strafbare voorbereidingshandeling met PMK losstaat van de eerdere veroordeling, omdat het laboratorium was ontmanteld en de PMK niet kon zijn gebruikt voor de productie waarvoor de verdachte eerder was veroordeeld. Daarom is voor dat feit geen ne bis in idem van toepassing.
Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 26 oktober 2010.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het onder 1 tenlastegelegde feit en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.