ECLI:NL:HR:2010:BL7642

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02806
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
  • F.B. Bakels
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging alimentatie bij beëindiging feitelijke samenwoning en beoordeling niet-uitgekeerde ondernemingswinsten

In deze zaak stond de vraag centraal of bij de bepaling van de welstand van partijen voor alimentatie de laatste jaren van de feitelijke samenwoning als peildatum kunnen worden genomen. Tevens was de vraag aan de orde of niet-uitgekeerde ondernemingswinsten buiten beschouwing kunnen blijven bij de alimentatieberekening.

De vrouw had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem waarin de alimentatie werd gewijzigd met ingang van een datum vóór de uitspraak. De man stelde voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van beide beroepen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtspraak dat de laatste jaren van de feitelijke samenwoning als peildatum kunnen gelden en dat niet-uitgekeerde ondernemingswinsten buiten beschouwing kunnen blijven.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep van de vrouw en het voorwaardelijk incidentele beroep van de man af en liet de beschikking van het gerechtshof in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de wijziging van alimentatie met de peildatum van de feitelijke samenwoning en het buiten beschouwing laten van niet-uitgekeerde ondernemingswinsten.

Uitspraak

23 april 2010
Eerste Kamer
08/02806
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. L. Kelkensberg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 73424/FA RK 05-1945 van de rechtbank Zutphen van 3 april 2006 en 28 juni 2006,
b. de beschikking in de zaken 104.006.121 (rolnummer 974/2006) en 104.007.479 (rolnummer 984/2007) van het gerechtshof te Arnhem van 1 april 2008.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 26 maart 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het principale en het incidentele beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2010.