ECLI:NL:HR:2010:BL7813
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring en wijst zaak terug in Eindhovense zedenzaak
In deze strafzaak betrof het een zedenfeit waarbij verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te Eindhoven. De bewezenverklaring was gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, geboorteakte en politieproces-verbalen.
De verdachte ontkende het ten laste gelegde feit. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was met betrekking tot de bewezenverklaarde periode; deze kon niet worden afgeleid uit de bewijsmiddelen. Daarom werd het arrest van het hof vernietigd voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof.
De zaak werd terugverwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling van het feit en de strafoplegging. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 30 maart 2010.
Uitkomst: De bewezenverklaring over de periode van het feit is onvoldoende gemotiveerd; arrest vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.