ECLI:NL:HR:2010:BL9542
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling blijft van kracht na beëindiging ondertoezichtstelling
In deze zaak stond de vraag centraal of een omgangsregeling die tijdens een ondertoezichtstelling op grond van artikel 1:263b BW was gewijzigd, ook na het beëindigen van die ondertoezichtstelling van kracht blijft. De omgangsregeling was in 2004 vastgesteld tussen de vader en zijn in 1998 geboren dochter. In 2006 werd de dochter onder toezicht gesteld door Bureau Jeugdzorg Gelderland (BJZ). De ondertoezichtstelling liep tot 15 juni 2009.
In 2008 wijzigde de kinderrechter op verzoek van BJZ de omgangsregeling op basis van artikel 1:263b BW. Het gerechtshof Arnhem bekrachtigde deze wijziging. De vader stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De moeder diende geen verweerschrift in en BJZ verzocht het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vader niet tot cassatie konden leiden en dat de omgangsregeling die op grond van artikel 1:263b BW was vastgesteld, ook na het einde van de ondertoezichtstelling van kracht blijft. Deze interpretatie is in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever en het stelsel van de wet. Het beroep van de vader werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep van de vader in cassatie wordt verworpen en de gewijzigde omgangsregeling blijft van kracht na beëindiging van de ondertoezichtstelling.