ECLI:NL:HR:2010:BM0139
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik van het gehuurde
In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst centraal, waarbij de verhuurder het gehuurde dringend voor eigen gebruik nodig had. De rechtbank Alkmaar en het gerechtshof Amsterdam hadden reeds uitspraak gedaan, waarbij het hof de huurovereenkomst beëindigde.
De eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad concludeerde tot verwerping van het beroep. De klachten van de eiser leidden niet tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad stelde een nieuwe einddatum van de huurovereenkomst vast op 30 juni 2010 en bepaalde dat de eiser uiterlijk op die datum het gehuurde moest ontruimen. Tevens werd de eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarbij de raadsheer Numann het arrest in het openbaar uitsprak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en stelt de huurovereenkomst eindigend op 30 juni 2010.