ECLI:NL:HR:2010:BM4310
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hernieuwd horen getuigen bij gewijzigde samenstelling hof
In deze strafzaak stond centraal of het gerechtshof verplicht was om bij het opnieuw aanvangen van het onderzoek ter terechtzitting, vanwege een gewijzigde samenstelling van het hof, getuigen die op een eerdere terechtzitting waren gehoord opnieuw te horen of op te roepen. De verdachte klaagde dat het hof bij de zitting van 3 juni 2008 de eerder op 16 oktober 2007 gehoorde getuigen niet had opgeroepen of gehoord.
De Hoge Raad verduidelijkte dat onder beslissingen van de rechtbank omtrent het horen van getuigen in art. 322, vierde lid, Sv ook het horen van getuigen op eerdere terechtzittingen valt. Het hof is daarom niet verplicht om bij hernieuwde aanvang van het onderzoek reeds gehoorde getuigen opnieuw te horen, tenzij er een nieuw verzoek wordt gedaan op grond van art. 328 jo Pro. 315 Sv.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het gebruik van eerder afgelegde getuigenverklaringen door de rechter is toegestaan, mits deze op de nadere terechtzitting worden voorgelezen of de korte inhoud wordt medegedeeld. De klacht van de verdachte faalde dan ook. Tot slot werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, maar dat dit geen gevolgen had voor het oordeel of de strafoplegging.
Het beroep in cassatie werd verworpen en de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling in hoger beroep, conform de conclusie van de Advocaat-Generaal.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof was niet verplicht de eerder gehoorde getuigen opnieuw te horen bij hernieuwde aanvang van het onderzoek.