ECLI:NL:PHR:2010:BM4310
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over beslissingen bij opnieuw aanvangen onderzoek ter terechtzitting en horen getuigen
In deze zaak stond de vraag centraal of het gerechtshof bij het opnieuw aanvangen van het onderzoek ter terechtzitting verplicht is opnieuw te beslissen over het oproepen van getuigen die bij appelschriftuur zijn opgegeven en al op een eerdere terechtzitting zijn gehoord. De verdachte was veroordeeld voor medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof dat op de terechtzitting van 3 juni 2008 niet opnieuw werd beslist over het horen van deze getuigen.
De Hoge Raad verduidelijkt dat beslissingen van de rechtbank over het horen of oproepen van getuigen die op grond van art. 287 of Pro 288 Sv zijn genomen, ook bij het opnieuw aanvangen van het onderzoek in beginsel in stand blijven. Echter, deze regeling ziet vooral op niet-verschenen getuigen. Voor getuigen die al op een eerdere terechtzitting zijn gehoord, geldt dat zij opnieuw moeten worden opgeroepen indien het onderzoek wordt heropend, tenzij de rechter anders beslist.
De Hoge Raad benadrukt het belang van de onmiddellijkheid van het strafproces en het recht van de verdachte om getuigen ten overstaan van de rechters die over de zaak oordelen te horen. De rechter moet dus na het opnieuw aanvangen van het onderzoek opnieuw beslissen over het oproepen van de bij schriftuur opgegeven getuigen, ook als zij eerder zijn gehoord. Dit voorkomt nodeloze vertraging en waarborgt een goede procesgang.
In deze zaak was het hof tekortgeschoten door niet opnieuw te beslissen over het verzoek tot het horen van de getuigen bij het opnieuw aanvangen van het onderzoek. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing over het horen van getuigen.