Conclusie
eerste middelkomt met rechts- en motiveringsklachten op tegen ‘s hofs verwerping van het verweer ertoe strekkende dat de zaak naar de rechtbank moet worden teruggewezen vanwege de onbevoegdheid van één van de over de zaak oordelende rechters in de rechtbank.
Bespreking ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweren
mr. […] thans bezoldigd rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Zutphen.
mr. [...]
op zijn verzoek, met toepassing van de Regeling Flexibel Pensioen en Uittreden, eervol ontslag te verlenen uit zijn ambt van senior rechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch, onder dankbetuiging voor de door hem in rechterlijke betrekkingen bewezen diensten;
mr. [...] voornoemd.
mr. [...]
met toepassing van de Regeling Flexibel Pensioen en Uittreden, eervol ontslag te verlenen uit haar ambt van raadsheer in het gerechtshof Leeuwarden, onder dankbetuiging voor de door hem in rechterlijke betrekkingen bewezen diensten;
b. te benoemen tot rechter-plaatsvervanger in een nader bij besluit van de Raad voor de rechtspraak aan te wijzen gerecht, met als datum van indiensttreding 1 september 2012:
mr. [...] voornoemd.
[handtekening Minister]”
uitdrukkelijkontslag verleend uit het ambt van rechter-plaatsvervanger. Wat opvalt, is dat sommige andere in hetzelfde KB genoemde rechterlijke ambtenaren die toen in een nieuwe functie werden benoemd wél gelijktijdig en expliciet uit hun toenmalige functie werden ontslagen. Het hof heeft voorts met juistheid vastgesteld dat het Koninklijk Besluit van 11 april 2013 houdende de benoeming van mr. Stalenhoef tot rechter, vermeldt dat hij op dat moment gerechtsauditeur, tevens rechter-plaatsvervanger was. De tekst van zowel het Koninklijk Besluit van 6 juni 2012 als van het Koninklijk Besluit van 11 april 2013 wijst derhalve erop dat mr. Stalenhoef in de tweede helft van 2012 in de hoedanigheid van rechter-plaatsvervanger bevoegd was om als rechter op te treden.
mr. Herman Alexander STALENHOEF ,
[...] thans gerechtsauditeur bij, tevens rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Noord-Holland.
[...].”
Om pragmatische redenen; je gaat niet de ene maand ontslag aanvragen om de volgende maand weer een benoeming aan te vragen, is toen besloten, om geen ontslag meer aan te laten vragen bij aanvang de buitenstage van de raio.
3. De functionele autoriteit houdt een register bij waarin de in het tweede lid, eerste volzin, bedoelde betrekkingen zijn opgenomen. Het register ligt ter inzage bij het desbetreffende gerecht, het desbetreffende parket dan wel het parket-generaal.
4. Onze Minister geeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad kennis van de betrekkingen die de leden van het College van procureurs-generaal buiten hun ambt vervullen.”
5. Beoordeling nevenbetrekkingen
tweede middelklaagt dat ’s hofs afwijzing van het verzoek de advocaat-generaal bij het hof te gelasten “de originele journaals en ambtshandelingen en aantekeningen met betrekking tot de door aangeefster gedane aangifte aan het dossier toe voegen”, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt en/of onvoldoende met redenen is omkleed.
Eerdere versie aangifte
aangepasteaangifte en de verbalisant bij het verzenden van zijn email hierop bericht dat hij de
aangepasteaangifte aan [betrokkene 1] verzendt doet aan dit alles niet af, aangezien aan die woordkeuze naar het oordeel van het hof in deze geen betekenis toekomt.”
derde middelklaagt dat het hof ten onrechte het bewezenverklaarde heeft gekwalificeerd als “meermalen gepleegd” en bij de toepasselijke wetsartikelen art. 57 Sr Pro heeft vermeld, waardoor het arrest innerlijk tegenstrijdig en nietig is, althans dat de kwalificatiebeslissing en de strafoplegging in het licht van hetgeen het hof heeft bewezenverklaard onvoldoende met redenen zijn omkleed.
hij in de periode van 8 februari 2005 tot en met 30 mei 2006, te Oude Meer, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Zoeterwoude opzettelijk een geldbedrag van in totaal 2.032.500,- euro, dat toebehoorde aan [de erven] , en welk goed verdachte onder zich had in zijn hoedanigheid van executeur testamentair van een nalatenschap, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.”
Verduistering
“Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Toepasselijke wettelijke voorschriften
vierde middelkomt met een rechts- en een motiveringsklacht op tegen de beslissing tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en tegen de oplegging aan de verdachte van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr.
Naam [benadeelde 1]
3.4 Bewijsoverweging
de rechtbank begrijpt dat het hier gaat om het in eerste instantie door aangeefster opgegeven bedrag waarin de overboeking van € 100.000 die op 30 mei 2006 heeft plaatsgevonden nog niet is inbegrepen) en tot het afleggen van rekening en verantwoording aan [de erven] over de besteding van dat bedrag die hij als executeur heeft overgeboekt.
Vordering benadeelde partij [benadeelde 1] en schadevergoedingsmaatregel
Vordering benadeelde partij
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
1.947.514,86(het totaal verduisterde bedrag waarop in mindering is gebracht € 84.985,14 zijnde de executieopbrengst van een pand).”