ECLI:NL:PHR:2011:BP2256
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over fiscale behandeling van op werknemer verhaalde WGA-premie als negatief loon
In deze zaak staat centraal of de door een werkgever op het nettoloon van een werknemer verhaalde gedifferentieerde WGA-premie fiscaal als negatief loon kan worden aangemerkt en daardoor in mindering kan worden gebracht op het brutoloon voor de loonheffing.
De Rechtbank oordeelde dat de WGA-premie niet tot het loon behoort en dat het verhaal ervan op het nettoloon als negatief loon aftrekbaar is. Het Hof vernietigde deze uitspraak en stelde dat de WGA-premie een werkgeverspremie is die slechts op het nettoloon kan worden verhaald, maar niet als negatief loon kwalificeert. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de wettekst en wetsgeschiedenis geen ruimte bieden voor aftrek van de verhaalde WGA-premie op het brutoloon.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het loonbegrip, de omkeerregel, en de jurisprudentie omtrent negatief loon. Hoewel economisch sprake kan zijn van dubbele heffing, is juridisch gezien de WGA-premie een werkgeverslast. Het verhaal op het nettoloon is een onderlinge afspraak tussen werkgever en werknemer zonder fiscale gevolgen voor het loonbegrip. De Hoge Raad wijst ook op het ontbreken van een wettelijke regeling die het verhaal als werknemersstorting kwalificeert.
Deze uitspraak bevestigt de systematiek van de Wet LB 1964 en de Wet financiering sociale verzekeringen waarbij de WGA-premie niet als inhouding op het loon geldt en het verhaal op het nettoloon niet leidt tot vermindering van het fiscale loon. De zaak bevat uitgebreide analyse van parlementaire geschiedenis, wetsartikelen en relevante jurisprudentie.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de op het nettoloon verhaalde WGA-premie geen negatief loon is en niet in mindering mag worden gebracht op het fiscale loon.