ECLI:NL:HR:2010:BN1716
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gevangenisstraf bij diefstal uit auto wegens ernst en recidive
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden voor diefstal uit een auto, gepleegd samen met een medeverdachte. De politierechter had aanvankelijk een werkstraf van 90 uur opgelegd, maar het hof achtte een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend vanwege de ernst van het feit en de omstandigheden.
Het hof nam mee dat diefstal uit een auto niet alleen materiële schade veroorzaakt maar ook gevoelens van onveiligheid in de samenleving versterkt. Verdachte had een even groot aandeel als zijn medeverdachte, die vier maanden gevangenisstraf kreeg. Wel werd rekening gehouden met een geringere strafrechtelijke documentatie van verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de strafmotivering voldoende heeft onderbouwd conform artikel 359, zesde lid, Sv. Het beroep wordt verworpen. Hoewel de redelijke termijn is overschreden, leidt dit gezien de straf en overschrijding niet tot rechtsgevolgen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de gevangenisstraf van drie maanden voor diefstal uit een auto.