‘De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
wonende te [plaats], [a-straat];
en merkt hierbij op dat zij niet haar volledige adres wil zeggen omdat aangeefster ook in de rechtszaal aanwezig is.
De voorzitter vermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen deze zal horen en deelt verdachte mede dat deze niet tot antwoorden verplicht is.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De verdachte verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:
Ik wil u vragen om de zaak aan te houden. Vorig jaar juli heb ik advocaat Knoester ingeschakeld. Hij heeft de zaak destijds aangenomen. In maart hebben wij afgesproken dat hij uw hof zou inlichten over de terrorisatie door aangeefster. Op 16 september jl. hebben Knoester en ik woorden gehad. Hij legde zijn taken naar aanleiding hiervan neer en heeft uw hof hiervan op de hoogte gesteld. Op 16 september wist ik pas dat ik vandaag moest voorkomen. Ik heb contact opgenomen met [betrokkene 1] van het Openbaar Ministerie. Knoester is blijkbaar al op 26 mei geïnformeerd over de zitting. Dit wist ik niet. Ik heb geen dagvaarding ontvangen. Pas op 9 oktober heb ik de dagvaarding ontvangen. Nadat Knoester zich heeft teruggetrokken moest ik op zoek naar een andere raadsman. Dat valt op zo’n korte termijn niet mee. Harlequin kon niet, Anker en Anker konden niet. Op 26 september jl. heb ik de heer Kornet uit Zwolle benaderd. Hij doet gemengde zaken, maar ik moest toch wat. Op 29 september heeft hij Knoester bericht dat hij de zaak over zou nemen. Wij zouden snel afspreken, maar ik hoorde vervolgens niks. Ik heb de week erop met de secretaresse gebeld. Hierop kreeg ik een mail, maar toen hoorde ik weer niks. Op 14 oktober heb ik weer gebeld met het kantoor. Ik kon alleen op de valreep een afspraak maken en dan had hij maar één uur de tijd. De 14e oktober heeft hij zijn taken neergelegd. Hij heeft dit ook doorgegeven aan uw hof. Ik heb een verzoek tot aanhouding gedaan, maar dit is afgewezen.
Ik ben niet in staat om mijzelf te verdedigen. De tenlastelegging gaat over een lange periode, maar wat daarvoor en daarna is gebeurd is ook van belang. Het is verschrikkelijk. Zij achtervolgt mij.
U houdt mij voor dat het nu al een paar keer niet gelukt is met het vinden van een advocaat. Ik had alle vertrouwen in Knoester. Afgelopen zaterdag heb ik De Leon nog gesproken. Hij adviseerde mij om vandaag om aanhouding te vragen. Het valt nog te bezien of hij mij kan bijstaan. Niemand zit te wachten op zaken op basis van een toevoeging. Hij zei mij dat ik Sander Dekker een brief moet schrijven. Er moet ook een aangifte tegen aangeefster komen. Ik heb een goed gesprek met De Leon gehad. Ik kan mijzelf niet verdedigen. Ik ben vorig jaar zomer al begonnen. Knoester heeft ook netjes zijn excuses aangeboden. Ik heb ook bewijzen en die moeten in het dossier gevoegd worden. Ik wist dus pas op 16 september van de zitting. Het advies wat ik van meerdere advocaten heb gekregen is om niet mijzelf te verdedigen. Er moet een nieuwe advocaat komen. Ik zag toevallig net nog de heer Anker op de gang lopen. Er moet een nieuwe toevoeging komen. Ik moet ook opnieuw betalen. Het heeft ook allemaal lang geduurd. Mr. Kornet was heel traag. Ik zou graag drie maanden de tijd krijgen.
U houdt mij voor dat ik zeg dat ik ook aangifte wil doen tegen aangeefster, maar dat dat niet van belang is voor mijn zaak. U zegt mij dat de verdediging toegespitst moet worden op deze zaak. Ik zeg u dat het allemaal al zo lang speelt. Ik voel mij als het ware geblockt. Wat u in het dossier leest is slechts het topje van de ijsberg. Ik moet bewijzen verzamelen, het is allemaal plus, plus, plus. Ik heb de hulp van een raadsman nodig. U houdt mij voor dat ik al had kunnen beginnen met het voorbereiden van de zaak. Ik zeg u dat ik in mei 2017 gehoord ben. Pas in november kwam er een dagvaarding. Ik heb het dossier nooit gehad. Het is geen onwil. Het is zwaar pech hebben met advocaten. Ik moet nu ook twee toevoegingen betalen.
(…)
De verdachte voert het woord, zakelijk weergeven:
U vraagt mij of ik nog naast aangeefster woon. Ik zeg u dat ik nog steeds mijn recreatiewoning daar heb en ik ben daar wel af en toe. Er staat een groot hek omheen. Ik zie aangeefster niet.
(…)
De voorzitter deelt als beslissing mede dat het hof de zaak aan zal houden en dat getracht wordt om deze weer voortvarend te plannen. Verdachte, de raadsman en de benadeelde partij zullen hiertoe een nieuwe oproeping ontvangen. Als verdachte de volgende keer om dezelfde reden een aanhoudingsverzoek doet kan het zijn dat andere belangen dan de belangen van verdachte op dat moment zullen prevaleren. De afweging zou derhalve op dat moment anders uit kunnen vallen.’