ECLI:NL:HR:2010:BN6309
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen aftrek voorbelasting bij giraal overmaken geld naar buitenland
Belanghebbende exploiteert een geldtransactiekantoor en verricht diensten waarbij in Nederland gestorte eurobedragen worden overgemaakt naar personen buiten de eurozone via een buitenlands betaalkantoor. Belanghebbende vorderde aftrek van voorbelasting over het tijdvak 2006, welke door de Inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard. De Rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk maar wees het verzoek af, het Hof verleende gedeeltelijke teruggaaf.
De Hoge Raad oordeelt dat de afnemer van de prestatie degene is die het geld in Nederland stort en niet het buitenlandse betaalkantoor. De door belanghebbende ontvangen wisselkoerswinst vloeit niet voort uit een dienstverrichting aan het betaalkantoor. Tevens is het giraal overmaken van geld geen uitvoer van goederen in de zin van artikel 15, lid 2, Wet OB, omdat het niet gaat om lichamelijke zaken die daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Daarmee is geen recht op aftrek van voorbelasting op grond van deze bepalingen van toepassing. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen verdere teruggaaf van omzetbelasting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen recht op aftrek van voorbelasting.