ECLI:NL:HR:2010:BN8204
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onterecht meewegen ad informandum feiten
In deze zaak stond de vraag centraal of het hof ten onrechte twee ad informandum gevoegde feiten bij de strafoplegging mocht betrekken terwijl verdachte deze feiten niet had erkend en niet ter terechtzitting was verschenen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze feiten niet als strafverzwarende omstandigheden mocht meewegen zonder dat aan de voorwaarden van tijdige mededeling, erkenning door verdachte en zekerheid omtrent het niet instellen van vervolging was voldaan. Omdat het hof niet aannemelijk had gemaakt dat verdachte de feiten had begaan, was het betrekken van deze feiten onjuist.
Daarnaast corrigeerde de Hoge Raad een kennelijke misslag in de bewezenverklaring waarbij abusievelijk verwezen werd naar artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in plaats van de juiste wettelijke grondslag. Deze correctie tastte de aard en ernst van het bewezenverklaarde niet aan.
De Hoge Raad vernietigde daarom uitsluitend het onderdeel van de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.