ECLI:NL:HR:2010:BN8729
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging heffingsrente bij navorderingsaanslag wegens vergissing Inspecteur
Belanghebbende kreeg over het jaar 2003 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, waarbij tevens heffingsrente werd berekend. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en heffingsrente. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigde dit, waarbij het bezwaar tegen de heffingsrente niet-ontvankelijk werd verklaard.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het bezwaar tegen de belastingaanslag ook geldt als bezwaar tegen de heffingsrente die op hetzelfde aanslagbiljet is vermeld. Het Hof had ten onrechte geoordeeld dat de heffingsrente niet ter beoordeling stond.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat de te lage aanslag het gevolg was van een vergissing van de Belastingdienst, waardoor het zorgvuldigheidsbeginsel zich verzet tegen het in rekening brengen van heffingsrente over het nagevorderde bedrag. Daarom vernietigde de Hoge Raad de uitspraken van Hof, Rechtbank en Inspecteur voor zover zij betrekking hadden op de heffingsrente.
De Hoge Raad besloot de zaak zelf af te doen en veroordeelde de Staat en de Inspecteur tot vergoeding van griffierechten en kosten van rechtsbijstand aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de heffingsrente bij navorderingsaanslag wegens vergissing van de Inspecteur en veroordeelt de Staat in proceskosten.