ECLI:NL:GHAMS:2013:2711
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- C.J. Hummel
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag en vergrijpboete wegens onjuiste belastingaangifte
Belanghebbende diende voor het jaar 2005 een onjuiste aangifte inkomstenbelasting in, waarbij fictieve loongegevens werden opgegeven. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete van 50% op. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en matigde de boete wegens termijnoverschrijding. In hoger beroep bevestigt het Hof dat belanghebbende willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat te weinig belasting werd geheven, mede omdat hij een derde inschakelde die zonder zijn medeweten een onjuiste aangifte indiende.
Het Hof oordeelt dat belanghebbende onvoldoende zorg betrachtte bij de keuze en samenwerking met zijn adviseur en dat hij na ontvangst van de teruggaaf niet heeft ingegrepen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalt wegens gebrek aan onderbouwing. De boete wordt verminderd tot €1.000 vanwege overschrijding van de redelijke termijn en de financiële situatie van belanghebbende.
De beschikking heffingsrente wordt terecht vastgesteld omdat de onjuiste aanslag het gevolg was van de valse aangifte en niet van een fout van de Belastingdienst. Het Hof heropent het onderzoek voor een nadere uitspraak over het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding en houdt de beslissing over de proceskosten aan.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt verminderd tot €1.000 en het onderzoek wordt heropend voor nadere uitspraak over immateriële schade en kosten.