ECLI:NL:HR:2010:BN9366
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en onverplichte rechtshandeling in faillissementsrecht
De zaak betreft een geschil tussen de curatoren van Air Holland I B.V. en de Stichting Garantiefonds Vliegers Air Holland I over de vraag of een betaling aan de Stichting en de onderliggende vaststellingsovereenkomst vernietigd kunnen worden op grond van de faillissementspauliana (art. 42 en Pro 47 Faillissementswet).
Air Holland sloot een vaststellingsovereenkomst met de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) en Holland Exel, waarin afspraken werden gemaakt over de wijze van betaling van achterstallige salarissen en pensioenpremies. De curatoren stelden dat deze overeenkomst en de betaling onverplicht waren en daardoor vernietigbaar.
De rechtbank kwalificeerde de vaststellingsovereenkomst als onverplichte rechtshandeling en vernietigde deze. Het hof oordeelde echter dat de overeenkomst geen onverplichte rechtshandeling was omdat het slechts afspraken betrof over de nakoming van bestaande verplichtingen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de overeenkomst niet als onverplichte rechtshandeling moet worden beschouwd. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. De kosten van het cassatiegeding worden aan de Stichting opgelegd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.