Conclusie
[eiser])
curator), in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Megahome.nl B.V., Megahome.nl Grond B.V. (hierna:
Megahome Grond), NPB Beheer B.V. (hierna:
NPB Beheer), Megahome.nl Beheer B.V. (hierna:
Megahome Beheer), MEGA Bouwbedrijf B.V., NPB Bouw B.V., NPB Bouwbedrijf B.V., Megahome.nl Bouw B.V. en NPB Onroerend Goed B.V. (gezamenlijk hierna:
Mega/NPB, in vrouwelijk enkelvoud).
1.Feiten
arrest). [1]
Megahome concern. In hoger beroep is door [eiser] niet opgekomen tegen het oordeel van de rechtbank dat hij in de periode vanaf 30 juli 2014 als feitelijk bestuurder het beleid van die vennootschappen heeft bepaald en een positie heeft gehad waarin hij feitelijke beslissingsmacht heeft uitgeoefend, met feitelijke terzijdestelling van het formele bestuur waarbij zijn handelen door het formele bestuur werd gedoogd, zodat het hof van de juistheid daarvan is uitgegaan.
Rabobank). Er was krediet verleend tot € 125 miljoen op basis van jaarlijkse continuatie, met slechts beperkte zakelijke zekerheden. Naar aanleiding van de crisis op de financiële markten van 2008 vonden op initiatief van Rabobank gesprekken plaats over de financiering van Mega/NPB tussen Rabobank en [eiser] . Op 6 februari 2009 kondigde Rabobank in een gesprek met [eiser] aan dat zij de financiering niet, althans niet onder de huidige voorwaarden, wilde continueren.
Nebo c.s., een aantal rechtshandelingen plaatsgevonden. Ook van al die andere rechtspersonen was [eiser] toen (indirect) aandeelhouder of uiteindelijk belanghebbende met doorslaggevende zeggenschap. Deze rechtspersonen waren geen partij bij de kredietovereenkomst met Rabobank. De kern van die rechtshandelingen komt erop neer dat de ontwikkelrechten ter zake van de gronden in de portefeuille van Mega/NPB door middel van een “bouwclaimovereenkomst” (ook genoemd: “ontwikkelovereenkomst”) naar Nebo c.s. werden overgeheveld. Daarmee verkreeg Nebo c.s. ook het winstpotentieel van die gronden. Als tegenprestatie zou Mega/NPB bij realisatie (uiteindelijke verkoop aan derden) de boekwaarde van de desbetreffende gronden ontvangen, plus 8%. Later is die regeling nog in voor Mega/NPB negatievere zin aangepast. Verder werden onder meer gronden aan Nebo c.s. geleverd, werden hypotheken ten behoeve van Nebo c.s. gevestigd, werden aansprakelijkstellingen van Nebo c.s. erkend tot een bedrag van ruim € 8,7 miljard, werden sommige gronden/ontwikkelrechten weer door Nebo c.s terug verkocht aan Mega/NPB voor een veelvoud (miljarden euro’s) van de eerder voor Nebo c.s. [2] aangehouden prijs, en werd besloten aan de aandeelhouders van NPB Beheer een dividend van € 18,5 miljoen (later aangepast naar € 17,9 miljoen) uit te keren.
Nebo Vastgoed), onderdeel van Nebo c.s., gedagvaard. Rabobank was erachter gekomen dat een aantal gronden door Mega/NPB aan Nebo Vastgoed was overgedragen en dat aan Nebo Vastgoed hypotheekrechten waren gegeven. Rabobank vorderde vernietiging van deze transacties op grond van de Pauliana (art. 3:45 BW Pro). Vervolgens heeft Rabobank op 19 maart 2012 de financiering opgezegd, en na eisvermeerdering terugbetaling van het krediet gevorderd (ruim € 125 miljoen). De rechtbank Overijssel heeft die vorderingen toegewezen bij, uitvoerbaar bij voorraad verklaard, vonnis van 4 september 2013. Van dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Rabobank is na het vonnis beslagen percelen executoriaal gaan verkopen.
rekening-courant.
[grondtransactie]). De koopsom bedroeg € 842.500,-. Daarbij trad [eiser] op als vertegenwoordiger van zichzelf als verkoper en van Megahome Grond als koper.
2.Procesverloop
In eerste aanleg
rechtbank).
hof).
3.Bespreking van het principaal cassatiemiddel
(…)
De selectieve betalingen en verrekening (grieven I tot en met VII)(…)
de activa en ondernemingsactiviteiten en daarmee de verdiencapaciteit vanuit Mega/NPB geheel of grotendeels overgeheveld naar Nebo c.s.
De vooruitzichten van Mega/NPB op inkomsten bestonden na de hiervoor bedoelde rechtshandelingen slechts uit de boekwaarde plus 8% (of minder)van gronden die in de (verre) toekomst “gerealiseerd” zouden worden.
In lijn met het voorgaandeheeft [eiser] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat Mega/NPB “niets meer had” en dat de doorlopende kosten door Nebo werden gedragen.
Deze schuld kon Mega/NPB niet voldoen omdat zij niet of nauwelijks over activa beschikte.Ook in hoger beroep verwijst [eiser] weer naar de waarde van de percelen grond maar
zonder dat hij stilstaat bij het gegeven dat de gronden waren overgeheveld naar Nebo c.s. en dus niet beschikbaar waren voor Mega/NPB.
Doel: primair:sterke onderhandelingspositie t.o.v. Rabobankinnemen [in] onderhandeling voortzetten krediet; subsidiair: voortzetting activiteiten als onderhandelingen over voortzetting tot stand-still zou leiden of zouden mislukken. Vestiging hypotheken op portefeuille Megahome t.g.v. Nebo; kenbaar uit registers.
subonderdeel 1.4zijn stellingen (i) en (ii), ondersteund door stellingen (iii) en (iv), essentieel nu hieruit volgt dat [eiser] in 2009 (ten tijde van de bankencrisis) de miljardenschulden bij Mega/NPB enkel heeft gecreëerd om een onderhandelingspositie jegens Rabobank te creëren. “Hieruit volgt dus” de ook voor het hof onmiskenbare stelling van [eiser] dat het niet de bedoeling was dat die miljarden ook daadwerkelijk aan Nebo c.s. zouden worden voldaan (dat Nebo c.s. hierop een beroep zou doen), omdat hij, [eiser] , de bedrijfsvoering wilde (kunnen) voortzetten inclusief betaling van alle schuldeisers. “Dit laatste”, dus die onmiskenbare stelling, volgt ook uit de stellingen van [eiser] [23] dat met de intentieovereenkomst werd beoogd via gefaseerde verkoop alle schulden te voldoen en waarbij Rabobank zelf een aandeel in de meerwaarde bedong.
subonderdeel 1.5is, samengevat, het hof met rov. 5.11 (specifiek “dit oordeel over het kunnen terugdraaien van de rechtshandelingen” en “het oordeel (…) dat [eiser] in de verschillende gerechtelijke procedures aan de rechtsgeldigheid van de rechtshandelingen heeft vastgehouden”) niet ingegaan op voornoemde onmiskenbare stelling van [eiser] .
subonderdeel 1.8. Die klacht luidt dat het in rov. 5.7 aan het oordeel tot het bestaan van een ernstig verwijt ten gronde gelegde oordeel dat is betaald of verrekend aan [eiser] zelf zonder voor vorderingen van grote schuldeisers iets te reserveren, daarmee onjuist althans onbegrijpelijk is. En dat dit aldus ook geldt voor het oordeel dat er sprake is van een ernstig verwijt. Met “daarmee” wordt kennelijk gedoeld op hetgeen is betoogd in subonderdeel 1.7 en aan het begin van subonderdeel 1.8.
de curator- die [eiser] juist mede het doen van onrechtmatige selectieve betalingen/verrekeningen heeft verweten - zo’n standpunt zou hebben ingenomen. Bij die stand van zaken kan ik daarlaten of deze stelling van de curator niet is bestreden door [eiser] , zoals de subonderdelen veronderstellen.
tijdelijkniet bij haar activa kon.
nietstillagen. [36] Daarnaast klaagt het subonderdeel, samengevat, dat het hof de verkeerde maatstaf heeft aangelegd althans dat onbegrijpelijk is waarom die maatstaf ook in dit geval van toepassing zou zijn. Want de door het hof aangelegde maatstaf (“de toepasselijke norm”) ziet op de situatie dat de vennootschap een besluit heeft genomen om haar bedrijfsactiviteiten te beëindigen, terwijl daarvan bij Mega/NPB geen sprake was (zo’n besluit ontbrak, en de beperking in bedrijfsactiviteiten had geen definitief karakter).
stillagen, dus geheel (wat iets anders is dan: vrijwel). Voor zover het subonderdeel het bestreden oordeel anders leest, is dit onjuist en mist het subonderdeel feitelijke grondslag.
subonderdeel 3.2. Daarin wordt geklaagd, samengevat, dat het hof gelet op rov. 5.7 van het arrest een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd. Daaruit zou blijken dat het hof de maatstaf voor vernietiging op grond van Pauliana heeft gehanteerd, [39] niet de maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige selectieve betaling/verrekening. [40]
[d]e selectieve betalingen en verrekening (grieven I tot en met VII)”, het opschrift van rov. 5.2-5.16, voor dit geval redeneert vanuit een juist juridisch kader voor bestuurdersaansprakelijkheid op de voet van art. 6:162 BW Pro zoals ontwikkeld in de rechtspraak.
aan de grote schuldeisers, Rabobank en later ook Vesteda en de gemeente Emmen niets te betalen en voor hun vorderingen niets te reserveren, maar wel betalingen en verrekeningen te laten plaatsvinden ten gunste van een gelieerde partij ( [eiser] zelf) waarbij de vennootschap (Megahome Beheer) zelf geen belang had (vonnis 23 maart 2022, r.o. 5.30, waartegen geen grief) heeft [eiser] ernstig verwijtbaar gehandeld.
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
klacht (iv).
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
klacht (iv).
met voldoende mate van zekerheid erop mocht vertrouwen dat er een vaststellingsovereenkomst zou komen. Want daarin komt [eiser] dienaangaande niet verder dan de blote stelling [65] (dat ook voor de verrekeningen geldt) dat voor de boekjaren 2009 t/m 2015 “de Voorovereenkomst en de daarop volgende onderhandelingen met Rabobank omtrent de uitwerking van de vaststellingsovereenkomst de "onafwendbaarheid van een faillissement" - niet alleen in de subjectieve verwachting van [eiser] maar ook objectief - wegnam”. [66] Het tegendeel volgt niet uit de andere stellingen van [eiser] die de klacht uitlicht. Daarin is slechts aangevoerd, kort gezegd, dat er “wel betalingsautonomie [was] vanwege de voorovereenkomst” [67] of wat die overeenkomst “beoogde”. [68]
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
klacht (iv).
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
klacht (iv).
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
klacht (iv).
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
klacht (iv).
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
klacht (iv).
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
klacht (iv).