ECLI:NL:HR:2010:BO1263
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij medeplegen hennepbezit
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 40,8 kilogram hennep op een perceel in Milheeze.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder politieprocessen-verbaal van doorzoekingen, waarnemingen van een speciaal ingerichte schuur voor het drogen en verpakken van hennep, en een positief resultaat van voorlopige narcotica testen. Het perceel was zwaar beveiligd met prikkeldraad, honden, een schriklamp en een bord met een verbod volgens art. 461 Sr Pro.
Verdachte voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de opsporingsambtenaren het terrein betreden zonder redelijk vermoeden van een overtreding. Het hof oordeelde echter dat de opsporingsambtenaren op grond van de omstandigheden en voorgaande feiten redelijkerwijs mochten vermoeden dat de Opiumwet werd overtreden en derhalve rechtmatig het terrein en de schuur betraden.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof over de bewezenverklaring en het medeplegen, maar vernietigt de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro. De gevangenisstraf wordt verminderd met 233 dagen, waarvan 175 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd met 233 dagen vanwege overschrijding van de redelijke termijn; het overige oordeel over medeplegen hennepbezit blijft in stand.