Uitspraak
- medeplegen van moord (feit 1),
- medeplegen van poging tot moord (feit 2) en
- medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met een vuurwapen van categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (telkens feit 3),
- medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met een vuurwapen van categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (telkens feit 4),
- handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd
- medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (telkens feit 6),
- medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (telkens feit 7),
- medeplegen van opzetheling (feit 1) en
- medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen (feit 2) en
- opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod (feit 3),
- onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 in de zaak met parketnummer 03-721590-15 en
- onder 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer 03-866313-17,
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 114,13,;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 396,41;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 3.510,00 en
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag € 5.506,55,
hij op of omstreeks 25 september 2015 in de gemeente Brunssum en/of in de gemeente Heerlen, althans in het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, [slachtoffer 5] opzettelijk en met voorbedachten rade, te weten opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, heeft doodgeschoten;
hij op of omstreeks 25 september 2015 in de gemeente Brunssum en in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 4] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met zijn, verdachtes, mededaders, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met vuurwapens meermalen kogels in de richting van die [slachtoffer 4] heeft geschoten en met vuurwapens meermalen kogels op een personenauto waarin die [slachtoffer 4] (als bestuurder) zat, heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 25 september 2015 in de gemeente Brunssum en/of in de gemeente Heerlen, althans in het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 2, te weten een vuurwapen, geschikt om automatisch te vuren, en/of een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool, en/of munitie van categorie II en/of III, te weten een aantal stuks scherpe patronen/kogels, voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 25 april 2016 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
hij op of omstreeks 17 mei 2016 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor en/of een of meer onderdelen die van wezenlijke aard zijn van een of meer wapens van categorie II onder 7 van de Wet wapens en munitie, zijnde een of meer voorwerpen die bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, te weten:
hij op of omstreeks 3 juni 2016 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
hij op of omstreeks 13 juli 2016 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
hij in of omstreeks de periode van 29 juni 2015 tot en met 25 september 2015 in de gemeente Brunssum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een personenauto (VW Golf, gekentekend [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
hij op of omstreeks 25 september 2015 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (Skoda Fabia, gekentekend [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehorende aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten aan [benadeelde] , heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
3.
hij op of omstreeks 8 augustus 2016 in de gemeente Brunssum, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 64,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.
1.Inleiding
2.De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
“ [medeverdachte 3] antwoorde dat (…) als ik wapens wilde hebben hij hier zelf wel voor kon zorgen. lk vroeg aan [medeverdachte 3] wat hij kon leveren omdat ik een specifieke smaak heb en toen vertelde hij dat hij bijna alles kon leveren (…). [medeverdachte 3] vertelde dat hij wel een Glock 19 met 1 normale houder en een houder met 30 patronen kon leveren voor 2500 euro. Verder kon hij een CZ leveren voor 1600 euro. Beide waren nieuw en schoon. [medeverdachte 3] gaf ook aan dat de Glock met een burst functie was. lk vroeg aan [medeverdachte 3] of hij deze voor mij zou kunnen regelen waarop [medeverdachte 3] zijn telefoon pakte en een bericht ging versturen.”.
“Vervolgens zei [medeverdachte 3] tegen mij dat hij de Glock en CZ, waar we het gisten over hadden gehad kon leveren, en dat hij ook AK's kon regelen. lk vroeg hoe die AK’s geleverd werden en uit welk land ze afkomstig waren. [medeverdachte 3] gaf aan dat het Russische waren met verschillende houders. De normale met 30 patronen of de "banaan" met 60 patronen of de trommel met 120 patronen. De trommel hadden ze nu niet beschikbaar maar hadden ze wel gehad en zouden ook weer komen. [medeverdachte 3] vertelde dat de AK met trommel als patroonhouder was gebruikt om iemand "onder de douche" te zetten en dus was weggemaakt om de sporen uit te wissen en daardoor kon hij er niet meer over beschikken”.
“Op een gegeven moment zegt [medeverdachte 3] tegen mij dat de speeltjes die hij voor me zou regelen gingen lukken maar dat er wel een paar veranderingen zouden zijn. [medeverdachte 3] geeft in dit gesprek aan dat de CZ die hij kon regelen er niet was maar dat het om een Glock 19 ging. Verder gaf [medeverdachte 3] aan dat de loods geregeld gaat worden (…). Verder geeft [medeverdachte 3] aan dat hij ook AK’s kan regelen maar dat dat nu wat lastig is, maar dat ze binnenkort gewoon weer binnen komen. lk geef aan dat gebruikte AK’s geen probleem zijn, zolang ze maar geregeld worden met trommels. [medeverdachte 3] geeft aan dat hij naar Lirnburg zal gaan om alles te regelen.”
“we gaan eerst kijken of [medeverdachte 4] thuis is voor je speeltjes. (…)
“Op woensdag 18 mei 2016 ontmoette ik [medeverdachte 4] omstreeks 14:20 uur bij zijn woning aan [woonplaats] . We hebben een gesprek in het schuurtje van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] begint zonder aanleiding direct dat hij de 2 AK’s kan leveren maar dat de overige 4 niet geleverd kunnen worden omdat zijn contact deze zelf wil houden (…). lk geef bij [medeverdachte 4] aan dat ik er donderdag avond zal zijn voor de AK's”.
Inleidend
Het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld
Schending van de verklaringsvrijheid en handelen in strijd met het uitlokkingsverbod
“voor zover dat bij de uitvoering van het opsporingstraject mogelijk is”. Het enkele feit dat van veel de verdachte(n) belastende gesprekken tussen hen en de WOD-er geen audio(visuele) opnamen zijn gemaakt, betekent dan ook niet zonder meer dat de van die gesprekken opgemaakte processen-verbaal c.q. de bij die gelegenheden afgelegde verklaringen van de verdachten per definitie onbetrouwbaar en/of onbruikbaar zouden zijn voor het bewijs. Bovendien kon het onderzoeksteam ten tijde van de inzet van de WOD-er nog niet op de huidige rechtspraak van de Hoge Raad zijn bedacht. Dat betekent dat het onderzoeksteam ook niet verwijtbaar niet heeft onderzocht of en zo ja op welke momenten tijdens de inzet van de WOD-er een opname van te voeren gesprekken tussen de WOD-er en de verdachte(n) wél mogelijk en verantwoord zou zijn.
Het – onder directe regie van het Openbaar Ministerie – veroorzaken van gevaar door de overheid
Algehele conclusie ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
hij op 25 september 2015 in de gemeente Brunssum en in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 5] opzettelijk en met voorbedachten rade, te weten opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, heeft doodgeschoten;
hij op 25 september 2015 in de gemeente Brunssum en in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 4] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met zijn, verdachtes, mededaders, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met vuurwapens meermalen kogels in de richting van [slachtoffer 4] heeft geschoten en met vuurwapens meermalen kogels op een personenauto waarin die [slachtoffer 4] als bestuurder zat heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 25 september 2015 in de gemeente Brunssum en in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen een wapen van categorie II, onder 2, te weten een vuurwapen, geschikt om automatisch te vuren, en een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool en munitie van categorie II en III, te weten een aantal stuks scherpe patronen/kogels, voorhanden heeft gehad;
hij op 25 april 2016 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met anderen
hij op 17 mei 2016 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met anderen een of meer hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor en een of meer onderdelen die van wezenlijke aard zijn van een of meer wapens van categorie II onder 7 van de Wet wapens en munitie, zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, te weten
hij op 3 juni 2016 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met anderen
hij op 13 juli 2016 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met anderen
aak met parketnummer 03-866313-17:
hij in de periode van 29 juni 2015 tot en met 25 september 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen een personenauto (VW Golf, gekentekend [kenteken 1] ) heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
hij op 25 september 2015 in de gemeente Brunssum tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (Skoda Fabia, gekentekend [kenteken 2] ), toebehorende aan [benadeelde] , heeft beschadigd;
hij op 8 augustus 2016 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad 64,9 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.
3.Het bewijs
Beroep op de Keskin-jurisprudentie
‘adequate and proper opportunity’moet worden geboden om
‘practical and effective’deze getuigen te kunnen ondervragen, ter toetsing van diens
‘reliability’ en ‘credibility’. Dat recht is echter niet absoluut. Ook zonder een dergelijke ondervragingsgelegenheid kunnen belastende verklaringen voor het bewijs worden gebruikt zonder dat dan sprake is van een oneerlijk strafproces. Het gebruik van belastende verklaringen voor het bewijs is in overeenstemming met het in artikel 6, eerste lid, EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces, mits voldaan wordt aan het door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ontwikkelde toetsingskader (vgl. EHRM (Grote Kamer) 15 december 2011, appl. nos. 26766/05 & 22228/06, Al-Khawaja & Tahery vs. Verenigd Koninkrijk en EHRM (Grote Kamer) 15 december 2015, appl. no. 9154/10, Schatschaschwili vs. Duitsland).
Betrouwbaarheid [medeverdachte 1]
- sprake was van een conflict tussen [verdachte] en [slachtoffer 5] ;
- hij betrokken is geweest bij het schietincident op 25 september 2015 waarbij [slachtoffer 5] het leven liet en [slachtoffer 4] gewond is geraakt;
- hij één van de schutters is geweest en [verdachte] ten tijde van het schietincident de bestuurder van de betreffende auto was;
- zij na het schietincident gezamenlijk zijn gevlucht naar Houthalen (België).
hiervoor(en in de bewijsmiddelen) genoemde onderdelen van de verklaring van [medeverdachte 1] die voor het bewijs worden gebruikt. Het hof is van oordeel dat de verklaringen van [medeverdachte 1] op die onderdelen in grote mate en op wezenlijke onderdelen met elkaar overeenkomen en op meerdere punten ook bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal.
- [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de auto waarin [slachtoffer 5] zat werd achtervolgd, die auto werd beschoten en vervolgens stond stilstand kwam, [slachtoffer 5] daaruit vluchtte en dat hij een tuin is ingerend. Hierover hebben getuigen [slachtoffer 4] en [getuige 7] eveneens verklaard (proces-verbaal van aangifte op dossierpagina 4358 e.v.; het proces-verbaal van verhoor op dossierpagina 767 en het proces-verbaal van verhoor op dossierpagina 211);
- de door [medeverdachte 1] en de tweede schutter gehanteerde wapens waren volgens [medeverdachte 1] een Glock en een Kalashnikov. De op de [adres 5] aangetroffen hulzen (kaliber .40 S&W) waren verschoten met een Glock. De in de Volkswagen Golf aangetroffen hulzen (7.62 mm) passen bij een automatisch vuurwapen zoals een AK-47 (het proces-verbaal sporenonderzoek op dossierpagina 1887 e.v.; het proces-verbaal op dossierpagina 1406 e.v. en het NFI-rapport op dossierpagina 1384 e.v.);
- het gevonden aantal hulzen en kogels op de plaats delict en de verwondingen van [slachtoffer 5] stemmen overeen met hetgeen [medeverdachte 1] daarover heeft verklaard;
- [medeverdachte 1] heeft ter terechtzitting verklaard dat, ook de woning op het perceel [adres 2] (het perceel waarnaar [slachtoffer 5] was gevlucht) meermalen was geraakt door kogels. Ook dat wordt door de resultaten van het opsporingsonderzoek bevestigd (proces-verbaal van bevindingen op dossierpagina 1502 e.v.);
- [medeverdachte 1] heeft verklaard over de door de vluchtauto gevolgde route, dat zij naar België zijn gereden en dat aldaar de Volkswagen Golf in brand is gestoken. Ook dat klopt met de onderzoeksbevindingen (proces-verbaal op dossierpagina 554 e.v.).
- [medeverdachte 1] is door de getuige [slachtoffer 4] herkend als inzittende van de auto.
Medeplegen
NJ2012/452). Zeker in dergelijke, in zekere zin afwijkende of bijzondere, situaties dient in de bewijsvoering aandacht te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Dat geldt in nog sterkere mate indien het hoofdzakelijk gaat om gedragingen die na het strafbare feit zijn verricht (vgl. HR 9 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6505,
NJ2013/229). Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke uitzonderlijke gevallen wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.
Voorbedachte raad
- voor de moord op 25 september 2015 een gestolen auto is gebruikt: een Volkswagen Golf die tussen 29 en 30 juni 2015 is gestolen in Brunssum. Op de auto zijn nadien andere (Duitse) kentekenplaten aangebracht (dossierpagina’s 554, 556, 520, 1969 en 715);
- de gestolen Volkswagen Golf op enig moment is verplaatst naar de woning van [verdachte] en vervolgens is dat voertuig op 25 september 2015 voor het schietincident gebruikt;
- [medeverdachte 1] op 19 mei 2016 tegenover de WOD-er heeft verklaard dat ze achter een man aan zaten die hun wat had geflikt en dat deze man kapot moest (dossierpagina 971);
- naast de verklaring van [medeverdachte 1] ook overigens uit het dossier valt af te leiden dat sprake was van een conflict tussen [verdachte] , ‘De [medeverdachte 2] ’, [medeverdachte 1] en [slachtoffer 5] . Er zij verwezen naar de eerder besproken TCI-informatie de verklaringen van [slachtoffer 4] en de moeder en zus van [slachtoffer 5] ;
- [medeverdachte 1] in datzelfde gesprek heeft verklaard dat hij bij het schietincident “de banaan” had gebruikt, daarin 60 kogels gaan en dat voormeld aantal “genoeg was voor de job” (dossierpagina 960);
- gebruik is gemaakt van twee schutters die in het bezit waren van een aanzienlijke hoeveelheid munitie;
- [medeverdachte 1] voorafgaand aan het schietincident een automatisch wapen heeft aangeschaft, welke hij heeft meegenomen en heeft gebruikt bij het schietincident;
- [medeverdachte 1] op 3 juni 2016 tegenover de WOD-er heeft verklaard dat ze de man in de auto hadden beschoten en niet ergens anders, omdat dit onmogelijk was: de man verplaatste zich snel en zonder patroon (proces-verbaal op dossierpagina 981);
- [verdachte] tijdens de WOD-inzet op 8 juni 2016 heeft verklaard over een incident dat onmiskenbaar betrekking heeft op de schietpartij op 25 september 2015, waarover hij heeft gezegd dat “een zaakje afgehandeld moest worden” (proces-verbaal op dossierpagina 985);
- [verdachte] , [medeverdachte 1] en de tweede schutter na het schietincident in de Volkswagen Golf zijn gevlucht naar Houthalen (België), alwaar de Volkswagen in de brand is gestoken (onmiskenbaar om sporen te wissen), waarna zij hun weg hebben vervolgd in een ander voertuig.
Juridisch kader
Overweging hof
4.Voorwaardelijke verzoeken
Murtazaliyeva vs. Rusland) worden ontleend dat voor de beoordeling van dergelijke verzoeken als voornaamste toets wordt aangelegd of het verzoek om de ontlastende getuige door de verdediging voldoende beargumenteerd c.q. onderbouwd is en of het verhoor relevant is in het licht van de beschuldiging die aan de verdachte in de tenlastelegging wordt gemaakt. Het gaat dan met name om de vraag of het verhoor van de ontlastende getuige in het kader van de waarheidsvinding relevant is voor de beoordeling van de zaak en of het verhoor van die getuige redelijkerwijs geacht kan worden de positie van de verdediging te kunnen verstevigen en de uiteindelijke uitkomst in de zaak te kunnen beïnvloeden.
5.De benadeelde partijen
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 114,13,
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 396,41,
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 3.510,00 en
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag € 5.506,55,
NJ2008, 186; HR 31 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH0180). De kosten van de lijkbezorging komen slechts voor vergoeding in aanmerking voor zover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene. B. van Eijk (Vergoeding van de kosten van lijkbezorging,
TVP2001, p. 101-108) beschrijft ‘lijkverzorging’ als verzamelterm voor alle handelingen met betrekking tot het geven van een eindbestemming aan de overledene. Dit zijn zowel de handelingen die zijn gericht op het tenietgaan van het stoffelijk overschot als de handelingen met betrekking tot de spirituele eindbestemming van de overledene. Slechts de kosten die naar hun aard als gebruikelijk zijn te beschouwen en met de begrafenis of crematie in rechtstreeks verband staan, kunnen volgens Van Eijk voor vergoeding in aanmerking komen. Het hof is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat de kosten voor de ashangers ten bedrage van € 612,95 eveneens aan als kosten van lijkbezorging. De kosten worden door de verdediging ook niet betwist. Voormelde kosten betreffen rechtstreekse schade en de vordering tot vergoeding daarvan (€ 943,28) zal worden toegewezen.
Affectieschade
Kamerstukken II2014/15, 34257, 3, p. 9) blijkt met betrekking tot het overgangsrecht dat vergoeding van affectieschade slechts mogelijk is ten aanzien van schadeveroorzakende gebeurtenissen die plaatsvinden na de inwerkingtreding van deze wetswijziging. Nu de schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden op 25 september 2015 is vergoeding op deze grond niet mogelijk. Het gaat de rechtsvormende taak van de rechter te buiten om in afwijking van het wettelijk stelsel een dergelijke genoegdoening te bieden.
Hoofdelijkheid, wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
gevangenisstrafvoor de duur van
27 (zevenentwintig) jaren.
€ 90,00 (zegge: negentig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
niet-ontvankelijkin de vordering voor zover deze ziet op de posten ‘reiskosten bezoek Openbaar Ministerie/officier van justitie’ en ‘bijwonen van de zitting’.
€ 943,28 (zegge: negenhonderddrieënveertig euro en achtentwintig cent)ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 3.510,00 (zegge: drieduizend vijfhonderdtien euro)ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.506,55 (zegge: vijfduizend vijfhonderd en zes euro en vijfenvijftig cent)bestaande uit € 506,55 (zegge: vijfhonderd en zes euro en vijfenvijftig cent) materiële schade en € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.