ECLI:NL:HR:2010:BO1281
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verstekvonnis ondanks overschrijding redelijke termijn en niet-verschijnen verdachte
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte verworpen. De zaak betrof een verstekvonnis van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de verdachte niet was verschenen op de terechtzitting in hoger beroep.
De verdachte was tijdig en op de wettelijk voorgeschreven wijze opgeroepen, maar verscheen niet. Het hof nam terecht aan dat de verdachte het verweer dat hij in eerste aanleg had gevoerd niet wilde handhaven in hoger beroep, waardoor het hof niet verplicht was om op dat verweer te beslissen.
Hoewel de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, achtte de Hoge Raad dit niet aanleiding om het vonnis te vernietigen, mede gelet op de opgelegde straf en de mate van overschrijding. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het verstekvonnis en verwerpt het cassatieberoep ondanks de overschrijding van de redelijke termijn.