ECLI:NL:HR:2010:BO3644
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onroerend karakter van havenkranen en weigert overdrachtsbelastingvrijstelling
Belanghebbende exploiteert een expeditie- en opslagbedrijf en had een recht van opstal op een terrein van de gemeente Rotterdam. In 2002 werden twee containerkranen door een zustermaatschappij gekocht en op het terrein geplaatst. In 2004 kocht belanghebbende deze kranen en betaalde overdrachtsbelasting. Hij maakte bezwaar tegen deze belasting en verzocht om teruggaaf, wat werd afgewezen door de Inspecteur, rechtbank en hof.
Het geschil betrof de vraag of de kranen onroerend waren in de zin van de Wet op belastingen van rechtsverkeer en of belanghebbende aanspraak kon maken op een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Het hof oordeelde dat de kranen onroerend waren en dat de vrijstelling niet van toepassing was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de kranen, hoewel beweegbaar over rails, door hun constructie en feitelijke verbinding met de grond als onroerend moeten worden beschouwd.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het subsidiaire beroep dat belanghebbende de economische eigendom zou hebben verkregen zonder een nadere verkrijging, omdat de kranen reeds onder het recht van opstal vielen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de havenkranen onroerend zijn en geen vrijstelling van overdrachtsbelasting geldt.