ECLI:NL:HR:2010:BO8542

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04673
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Invorderingswet 1990Art. 3:45 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie in invorderingszaak over goede trouw derde

In deze zaak stond centraal of een derde te goeder trouw was bij de verkrijging van een goed dat door een bestuurder was overgedragen, in het kader van een invorderingszaak op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990.

De zaak betrof Malt-in-Trade Ltd., gevestigd te Malta, die in cassatie ging tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 18 november 2008. De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en behandelde het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet leidden tot cassatie en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de rechter een vermoeden van afwezigheid van goede trouw mag aannemen en dat dit vermoeden door de derde kan worden weerlegd. Het cassatieberoep werd verworpen en Malt-in-Trade werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Malt-in-Trade wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

24 december 2010
Eerste Kamer
09/04673
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de rechtspersoon naar het recht van het land van vestiging MALT-IN-TRADE LTD.,
gevestigd te Valetta, Malta,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST HOLLAND-NOORD,
kantoorhoudende te Hoorn,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Malt-in-Trade en de Ontvanger.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 39424/HA ZA 99-380 van de rechtbank Alkmaar van 5 september 2002 en 7 mei 2003;
b. de arresten in de zaken 2026/03, 106.001.175 en 106.001.143 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 april 2004 en 18 november 2008.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 18 november 2008 heeft Malt-in-Trade beroep in cassatie ingesteld. De
cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Ontvanger mede door mr. C.M. Bergman, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Malt-in-Trade in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 384,34 aan verschotten en
€ 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.