ECLI:NL:HR:2011:BN7252
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over soorten aandelen bij aanmerkelijk belang in inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft in 1999 aandelen in een BV verworven en deze in 2001 vervreemd, waarbij een voordeel werd behaald. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat het voordeel als belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang werd beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigde deze uitspraak en de navorderingsaanslag.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aandelen A en B, die verschillen in stemrecht maar gelijke vermogensrechten hebben, tot dezelfde soort aandelen behoren volgens artikel 4.7, lid 2, Wet IB 2001. Het hof oordeelde dat dit het geval was, maar de Hoge Raad vernietigt dit oordeel.
De Hoge Raad stelt dat aandelen die zich uitsluitend onderscheiden door stemrechtverschillen niet automatisch dezelfde soort zijn, tenzij deze verschillen vallen onder de in de wet genoemde uitzonderingen zoals benoemingsrechten of bijzondere aanbiedingsregelingen. Het arrest verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling van onbehandelde geschilpunten.
Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de Hoge Raad op 16 december 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling over de vraag of aandelen A en B verschillende soorten zijn.