ECLI:NL:HR:2011:BO0082
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen vonnis politierechter en beschikking hof
De verdachte is bij vonnis van de politierechter veroordeeld voor poging tot diefstal en kreeg een geldboete opgelegd. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in. De voorzitter van het gerechtshof liet dit hoger beroep buiten behandeling op grond van artikel 410a Sv.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen zowel het vonnis van de politierechter als de beschikking van de voorzitter van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat tegen het vonnis van de politierechter geen cassatieberoep openstaat op grond van artikel 427 Sv Pro, waardoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.
Ten aanzien van de beschikking van de voorzitter van het hof over het buiten behandeling laten van het hoger beroep, overwoog de Hoge Raad dat ook hiervoor geen cassatieberoep openstaat volgens artikel 445 Sv Pro. Ondanks dat de voorzitter ten onrechte artikel 410a Sv toepaste, kan de verdachte niet in cassatie worden ontvangen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep derhalve niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens wettelijke uitsluiting van cassatie tegen het vonnis van de politierechter en de beschikking van de voorzitter van het hof.