ECLI:NL:HR:2011:BO5203
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitkering brandverzekering bij niet-tijdige herbouw woning
In deze zaak staat centraal of Achmea Schadeverzekeringen verplicht is tot uitkering van de herbouwwaarde van een woning die door brand is verwoest, terwijl geen herbouw binnen drie jaar heeft plaatsgevonden. Achmea beriep zich op polisvoorwaarden die uitkering van de herbouwwaarde uitsluiten indien de herbouw niet binnen drie jaar na de schadedatum is voltooid.
De rechtbank en het hof wezen de vordering van Achmea af en veroordeelden haar tot betaling aan ABN AMRO Bank, die pandhouder is van de vordering op Achmea. Het hof oordeelde dat Achmea niet kon weigeren tot uitkering over te gaan, mede omdat de verzekerden niet de middelen hadden om tijdig te herbouwen en Achmea geen redelijke grond had om voorschotten te weigeren.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd en niet de juiste maatstaf van redelijkheid en billijkheid had toegepast zoals vereist in art. 6:248 lid 2 BW Pro. Het hof had onvoldoende toegelicht waarom het beroep op de polisvoorwaarden onaanvaardbaar zou zijn. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak voor verdere behandeling terug naar het hof. Tevens verklaarde de Hoge Raad Achmea niet-ontvankelijk in het beroep tegen de curator.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.